| 11
april 2009: Oldehove Klanken, Masterclass
23 oktober
2008: De Gelderlander/Achterhoek
maart
2008 : Defilé, Orgaan van de International Military Music
Society
28 oktober 2007: De Twentse Courant Tubantia
september 2007: Music & Show, KNFM magazine
25 maart 2007: Streekgids
6
november 2006: De Gooi- en Eemlander
14
november 2006: Barneveldse Krant
8
november 2006: Baarnsche Courant
9 maart 2006: De
Twentse Courant Tubantia
28
november 2005: De
Stentor
16
maart 2005: Extra Nieuws
3
maart 2005: De Telegraaf Twente Vandaag
november
2004: Music & Show
7
juli 2004:
Klaverblad
24 juni 2004:
De Stentor
27 mei 2004 De
Telegraaf
25 november 2003: De Gelderlander Arnhemse Courant
24
november 2003: De Twentse Courant Tubantia
19
november 2003: Oost Gelders Vizier, Zondagskrant Arnhem
18 november 2003:
De Telegraaf, Twente Vandaag
november/december
2003: Ruud's Music Magazine
20 november 2003:
De Twentse Courant Tubantia
|
 |
De
Gelderlander
donderdag 23 oktober 2008 |

Daniëlle Elsinghorst
bij een lantaarnpaal in Winterswijk, waar ze geen reclamebord
mag plaatsen. "In alle plaatsen rondom Winterswijk mag
het, behalve daar. Per periode krijgt slechts één
aanbieder de gelegenheid." |
Met oude stiel terug
in 'De Storm'
Mini en Maxi's Daniëlle Elsinghorst vijftien
jaar later met Egerländer.
door Domien Esselink
WINTERSWIJK - Op vijf dagen na is het
exact vijftien jaar geleden dat Daniëlle Elsinghorst
(36) in cultureel centrum De Storm heeft opgetreden.
Op 4 november 1993 met het komische duo Mini&Maxi,
op 9 november met een andere tak van sport: Herman Engelbertinck
und seine Egerländer Musikanten.
"De mensen vonden het destijds gekker dat
ik met Mini&Maxi op toernee ging, want ik speelde al op
m'n twaalfde bij de kapel in Meddo. Ja, bij de Hilgeländer
Musikanten, mijn vader was de oprichter. Ik ging liever daar
naartoe dan naar dansles. Muziek was alles voor me."
Ze studeert op het conservatorium in Enschede
als ze een advertentie op het prikbord ziet. "Mini&Maxi
zochten een vrouw die trombone en tuba speelt en ik dacht:
dat is mij op het lijf geschreven. Ik heb gesolliciteerd en
ben vier jaar met ze op toernee geweest." |
| "Mensen denken
aan lange tafels en een tent, maar het is een echt concert." |
Ze is inmiddels weer verankerd
in haar oude stiel: Duitstalige volksmuziek. Bij de Egerländer
Musikanten, het orkest van haar partner Herman Engelbertinck.
"Hij is de orkestleider en heeft 26 jaar bij Ernst Mosch
gespeeld. Op een gegeven moment vroeg hij aan Mosch of ze
een keer in Nederland konden optreden. Dat kon en door de
enorme belangstelling waren er problemen met het podium en
de stoelen. Herman, die lid is van de Orde van Uitvinders,
is vervolgens zelf een podium en stoelen gaan maken. Dat is
dermate uitgebouwd dat we nu zelf een verhuurbedrijf hebben
met podia en stoelen. We hebben vierduizend stoelen. Het is
onze broodwinning geworden waar we goed van kunnen leven.
We leveren podia en stoelen grote evenementen, zoals de Veteranendag
op het Malieveld in Den Haag. Of het optreden van Jan Smit
in Eindhoven. Maar ook in Winterswijk, bij het optreden van
Direct op de Markt."
Daniëlle Elsinghorst verheugt zich op het optreden in
De Storm. "In een theater spelen is het mooist. Mensen
denken bij Egerländer aan lange tafels en een tent, maar
het is een echt concert. Met beroepsmuzikanten van onder meer
het Metropool orkest, het Gelders Orkest en de Marinierskapel."
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Muzikanten,
zondagmiddag 9 november om 14.30 uur in De Storm. Voorverkoop
via De Storm: 0543 - 514 365. Voor meer info: www.egerlandermusikanten.nl
.
naar boven |
|
 |
 |
Doorgaans
worden in deze rubriek buitenlandse militaire orkesten gepresenteerd
die in onze omgeving optredens plannen of hebben gehad of
waar de IMMS, b.v. via een bezoek, een nadere relatie mee
heeft. Daar maken we ditmaal in zekere zin een uitzondering
op. Om te beginnen gaat het hier - al doet de naam anders
vermoeden - om een Nederlands blaasorkest dat in veel kleinere
kring faam geniet dan de eigen beroepskapellen die we wel
voldoende kennen. Het betreft ook geen militair orkest, al
is dit een rekbaar begrip, zoals gesteld in de rubriek De
Hoogste Noot. Wij stellen u voor: |
|
Herman
Engelbertinck und Seine Egerländer Musikanten
Het kan soms bijzonder verlopen in de militaire
muziek. Toen de KMKapel Johan Willem Friso in 2006 voor het
eerst in nieuwe vorm zich in 2006 in de Nationale Taptoe presenteerde
deed zij dat met een onbekende maar briljante mars in Egerländer
stijl, ‘Mens Sana in Corpore Sano’ van ene Geert
Sprick. Een opvallende keus, die noopte tot nader uitzoeken
wie deze talentvolle componist is. Het bleek een Nederlander
te zijn, niet Geert Flik of Kees Vlak, maar wel een bekende
muzikant/componist uit het oosten des lands die een daar bekende
eigen Egerländer kapel heeft gehad, de Glanerbrugger
Musikanten. Hij speelt nu flügelhorn in de kapel Herman
Engelbertinck und Seine Egerländer Musikanten uit Almelo.
De naamgever van dat orkest is een oude bekende in de militaire
muziek. Hij speelde als trombonist van 1965 tot 1971 in de
Marinierskapel en werd vervolgens gevraagd door Ernst Mosch
om toe te treden tot diens befaamde Orginal Egerländer
Musikanten, waar hij 26 jaar deel van uitmaakte en de hele
wereld mee rondreisde. In 1997 was Engelbertinck eraan toe
om zijn eigen Egerländer kapel op te richten, samengesteld
uit topmuzikanten, in totaal 20. Hieronder bevinden zich,
behalve Geert Sprick, een groot aantal beroepsmuzikanten uit
de militaire orkesten. Zo bestaat de gehele klarinetsectie
uit leden van de Marinierskapel en speelt de bekende trombonist
Jos Jansen uit die kapel ook hier zijn partij. De bezetting
is derhalve grotendeels militair en ook de gespeelde Egerländer
polka´s, marsen en walsen doen de kwalificatie militaire
muziek heel dichtbij komen. De Marinierskapel zelf speelt
immers al sinds jaar en dag regelmatig uit dit karakteristieke,
altijd herkenbare midden-europese repertoire en heeft daar
zelfs een CD van opgenomen. Ook bestond het programma van
de kapel van enkele jaren terug op de Nationale Taptoe geheel
uit deze muziek. Die invloed is overduidelijk te bemerken
in de Egerländer Musikanten van Herman Engelbertinck.
Het is alsof je Ernst Mosch c.s. zelf hoort, een waarlijk
beroepsorkest met navenante kwaliteit en ook zichtbaar een
enorme dosis speelplezier. De naamgever leidt zijn orkest
op onnavolgbare wijze, een show op zich. De bij deze muziek
behorende vokale inbreng in de trio´s worden door Herman
zelf samen met Geert Sprick tweestemmig uitgevoerd, die daarvoor
zijn instrument dan even ter zijde legt. Geert doet ook op
een geanimeerde manier - die aan Herman Finkers doet denken
- de aankondigingen, wat de opgewekte sfeer nog verder verhoogt.
Het orkest, dat onlangs op grootse wijze in de Jaarbeurs in
Utrecht zijn 10-jarig jubileum heeft gevierd, heeft vier CD´s
uitgebracht in eigen beheer en van het jubileumconcert ook
een DVD. Onder het adres www.egerlandermusikanten.nl is alles
te vinden. Als u maar beetje van dit genre houdt – militaire
muziek of niet - een ware aanrader met garantie op een hele
middag of avond blaasmuziek zoals u die zeer waarschijnlijk
nog nooit live heeft gehoord.
© Johan de
Vroe, hoofdredakteur ‘Defilé’, orgaan
van de Int. Military Music Society - Nederland
naar boven |
|
 |
De
Twentse Courant Tubantia
28 oktober 2007 |
| Muzikant,
dirigent, uitvinder. Oldenzaler Herman Engelbertinck (62)
heeft het voorrecht gehad van zijn hobby’s zijn werk
te maken. Hij speelde 26 jaar lang in het wereldberoemde orkest
van Ernst Mosch, de koning van de blaasmuziek. Toen Mosch
ermee stopte, nam Engelbertinck de fakkel over. Met een eigen
orkest doet hij er sindsdien alles aan om de Egerländer
muziek in ere en zijn grote leermeester in herinnering te
houden.
‘Verfijnde blaasmusiek’ luistert nauw. Elke noot
moet kloppen. „Zonder discipline kom je nergens, in
de muziek niet, maar ook in het leven niet.” |
| Zonder
discipline
kom je nergens |
Herman Engelbertinck (62),
muzikant en uitvinder
Herman Engelbertinck werd op 29 september 1945 geboren in
Oldenzaal, als eerste zoon in een drie kinderen tellend gezin.
Zijn vader die 'Marinus van de Plag ' als bijnaam had, was
de bekendste muzikale, humoristische caféhpouder van
Oldenzaal. Als achtjarige speelde Herman al in het café
van zijn ouders. Na de middelbare school studeerde Engelbertinck
aan het conservatorium in Enschede, waar hij in 1965 afstudeerde
bij G. Boomsma, solotrombonist van het Overijssels Philharmonisch
Orkest. In 1964 trad hij toe tot de Marinierskapel der Koninklike
Marine. In 1971 kwam Engelbertinck bij het orkest van Ernst
Mosch und seine original Egerländer Musikanten. 26 jaar
speelde hij bariton in het orkest van deze 'koning van de
blaasmuziek'. Met Ernst Mosch toerde hij de hele wereld over,
tot aan de fameuze Carnegie Hall in New York toe. Toen Mosch
in 1997 stopte, ging Engelbertinck in het voetspoor van zijn
grote voorbeeld verder als Herman Engelbertinck (en zijn)
und seine Egerländer Mu(z)sikanten. Bovendien is Engelbertinck
directeur van QPO verhuur en QPO innovations, een bedrijf
dat podia, geluids- en lichtinstallaties en stoelen verhuurt,
maar ook de complete verzorging van muzikale evenementen verzorgt.
Vanwege die bedrijfsactiviteiten heeft hij zijn geboorteplaats
Oldenzaal verruild voor het centraler gelegen Barneveld op
de Veluwe, waar hij samenleeft met Daniëlle Elsinghorst.
Op zondagmiddag 18 november treden Herman Engelbertinck und
seine Egerländer Musikanten op in het Oldenzaalse stadstheater
De Bond. |
| Door
Alphons Huiskes |
| ‘Als
je dat nog een keer zegt, ga je eruit.’ Met een stem,
die herinneringen oproept aan het barse timbre van acteur
Ko van Dijk, reageert Herman Engelbertinck op de veronderstelling
dat Egerländer muziek te vergelijken is met Tiroler muziek.
Het voelt als een belediging, zo blijkt uit de felle reactie
van de boomlange Oldenzaler. „Want Egerländer muziek
is geen hoempapa, niks dijenkletsers en literpullen bier.
Egerländer is verfijnde blaasmuziek, geen kakafonie van
geluid, maar een stijl waarbij alles op zijn plaats valt.
Op de tel spelen, daar gaat het om. En dan gebeurt er iets
in een orkest, dan wordt de muziek naar een hoger plan getild.”
Hij weet niet precies wat het is, maar het gebeurt telkens
weer. Het publiek merkt dat ook. Nee, Egerländer muziek
vergelijken met ‘het lawaai’ dat een dweilorkest
produceert is wat Engelbertinck betreft een doodzonde.
De felle reactie typeert
hem. Streng, rechtvaardig en wars van lanterfanterij. Het
werd hem vroeger thuis in Oldenzaal, waar zijn vader en moeder
een café dreven, met de paplepel ingegoten. Net als
de muziek. „Mijn vader, Marinus van de Plag, was één
van de bekendste kasteleins van Oldenzaal. Een man vol humor
en onorthodoxe manieren en een uitstekend muzikant.”
Engelbertinck kan er in geuren en kleuren over vertellen.
Zo liet zijn vader hem door het café marcheren, de
ene deur uit, buiten om de hoek van het café de andere
deur weer in. „Zo heb ik leren marcheren. Links, twee,
drie, vier! Links, twee, drie, vier!”
Als hij erover vertelt maakt de strengheid op zijn gezicht
plaats voor een glimlach. Herinneringen aan een fantastische
jeugd komen boven. „Mijn vader en moeder waren altijd
aan het werk, dus wij kinderen konden gaan en staan waar we
wilden. Niet dat we donderij uithaalden, want, zo was ons
wel bijgebracht, dan was je nog niet jarig. We zijn streng
opgevoed. Streng, maar rechtvaardig.” Het waren de jaren
na de oorlog. „Er was niets, mijn ouders waren niet
echt arm, maar ze moesten er hard voor werken. Ik weet nog
dat ik een fiets kreeg van tante Mien, met klossen op de trappers,
omdat ik er anders niet bij kon komen. Geen gezicht, maar
je was al lang blij dat je een fiets had.” En hij mocht
op achtjarige leeftijd bij de muziek. Leren trompet spelen
bij Semper Crescendo, toen al één van de beste
orkesten van Nederland. Kleine Herman bleek een talent. Hij
mocht al gauw spelen in het grote orkest en af en toe een
solo doen. „Machtig vond ik dat.” En ook daar
werd hem het belang van discipline bijgebracht. „Ik
ben min of meer gedrild in de muziek. Het was nooit goed genoeg.
Toen vond ik dat niet zo leuk, maar achteraf besef ik dat
het één van de pijlers onder mijn bestaan is.
Het was buitengewoon streng. Ik weet nog dat ik voor het eerst
mee mocht spelen met het grote orkest. Ik had heel goed geoefend
en wilde wel even laten horen wat ik kon. Languit met de benen
over elkaar speelde ik mijn partij mee, toen de dirigent afsloeg.
Ik dacht dat hij me een compliment wilde geven. Maar nee:
ik kreeg een fikse uitbrander omdat ik zo onderuitgezakt zat
te spelen. Dat moment is me altijd bijgebleven. Nu ik zelf
dirigent ben weet ik hoe ongeïnteresseerd het er uitziet
als muzikanten wat op hun stoel hangen. Als je wilt dat het
publiek de volgende keer niet terugkomt moet je zo doen.”
Zijn ouders zorgden
ervoor dat hij de beste leermeesters kreeg. Privéles
in Hengelo. „Dat kostte een godsvermogen, maar dat had
mijn vader er wel voor over. Maar je moest er wel wat voor
doen. Ik weet nog dat ik een keer te laat was. Ik was onderweg
blijven treuzelen, omdat ik de les niet ingestudeerd had.
Ik was nog geen vijf minuten te laat binnen, maar de leraar
had mijn vader al gebeld. Dat hij me toch een beetje in de
gaten moest houden. Nou ik was thuis de deur nog niet binnen
of ik had al een draai om de oren te pakken. Nee lanterfanten
kwam in het woordenboek van mijn vader niet voor.” Zo’n
corrigerende tik, dat was gewoon in die tijd. De waardering
voor zijn vader - ‘een boomlange man, nog groter dan
ik nu ben’ - heeft er nooit onder geleden. Integendeel,
hij heeft zelfs een nummer aan zijn vader opgedragen.
De strenge opvoeding, maar ook de humor en de liefde voor
de muziek hebben hem gevormd tot wat hij nu is: een begenadigd
muzikant, een naar perfectie strevende dirigent, die eenzelfde
instelling eist van zijn orkestleden. Veeleisend ja, en dat
is in de omgang met anderen wel eens lastig, weet Engelbertinck.
„Ik krijg nogal eens tegengas, maar ik ben nu eenmaal
niet zo gauw tevreden. Kijk geluk kun je een beetje afdwingen.
Niet door lui te zijn, maar door heel hard te werken.”
Na de middelbare
school moet hij kiezen: voetballer of muzikant worden. Het
wordt het conservatorium. „Waar ik ook het geluk had
de beste leermeesters te krijgen”. Nog voor zijn afstuderen
kreeg hij de kans om bij de Marinierskapel te spelen. „Een
vaste baan. En muzikaal gezien het beste wat er was in Nederland.”
Met een solo tijdens een plaatopname van de Marinierskapel
trok hij de aandacht van Ernst Mosch, die in Nederland was
voor de uitreiking van een Edison. Engelbertinck kon lid worden
van Mosch’ Egerländer Musikanten. Daar hoefde hij
niet lang over na te denken. „Spelen in het orkest van
Ernst Mosch was voor mij het hoogst haalbare.” Zo’n
26 jaar trok Engelbertinck met de Koning van de Blaasmuziek
naar alle uithoeken van de aarde. Ruim duizend concerten,
meer dan 40 miljoen verkochte platen, tv-optredens in ruim
veertig landen en 29 gouden, platina en diamanten platen.
„Het was de mooiste tijd uit mijn leven. In de hoogtijdagen
van Ernst Mosch gaven we 200 concerten per jaar. Tien dagen
op tournee, tien dagen thuis en dan weer tien dagen op tournee.
Een mooier baantje bestond niet!
Zowel muzikaal als organisatorisch heb ik er erg veel van
geleerd.”
In Mosch vond Engelbertinck
opnieuw een streng leermeester. In de overtreffende trap.
„Bij de marine is discipline een groot goed. Maar de
muzikale discipline bij Mosch was wel tien keer zo groot als
bij de Marinierskapel. Naar elk nootje werd gekeken.”
Volgens Engelbertinck is het spelen in een Egerländer
orkest net zo moeilijk als het spelen in een philharmonisch
orkest, maar toch wordt de Egerländer of Böhmische
muziek lang niet overal op waarde geschat.
In het ‘hautaine’ Hilversum al helemaal niet.
„We kampen met een verkeerd imago. De naam Egerländer
is in de loop der jaren te pas en te onpas gebruikt, waardoor
bij veel mensen de indruk is ontstaan dat het om het soort
muziek gaat dat dweilorkesten spelen, dat het dijenkletsende
Tiroler muziek is. Maar dat is het absoluut niet. Het is een
eigen stijl binnen de blaasmuziek. Om het goed te kunnen begrijpen
moet je weten waar het vandaan komt. Ernst Mosch kwam uit
het Böhmische land, een streek in Tsjechië rond
het riviertje de Eger. Een streek waar ‘koper’
integraal onderdeel uitmaakt van de volkscultuur. Wat de viool
voor de zigeuner is, de gitaar voor de Spanjaard, is het blaasinstrument
voor de Tsjech. Trombone, flügelhorn, bariton, trompet,
behalve moedermelk krijgen ze het koper met de paplepel ingegoten.
Toen Mosch in de oorlog vluchtte naar het westen van Duitsland,
nam hij die achtergrond natuurlijk mee. Net als zijn muziek.
Hij speelde in Duitsland in Amerikaanse cafés voor
een maaltijd en de peuken uit de asbakken. In de jaren vijftig,
toen de wederopbouw begon, ging het ook hem wat beter en kreeg
hij een baan bij de radio. Daar werkten meer muzikanten uit
zijn geboortestreek en ze besloten samen nog eens zo’n
typisch Böhmische polka te spelen. Toen dat werd uitgezonden
op de radio, kwamen er onvoorstelbaar veel reacties op. Mensen
wilden weten wat het was. Ze herkenden de heimwee, het weemoedige
verlangen dat in die muziek doorklinkt. Egerländer is
heimwee, verlangen naar betere tijden, verloren liefde. Natuurlijk
sprak dat aan na de oorlog. De mensen hadden niets. Alles
lag in de prak. Maar het verlangen naar thuis, naar betere
tijden is natuurlijk ook een universeel thema. Dat verklaart
ook Mosch’ enorme succes buiten Duitsland. De muziek
weet een speciaal gevoel op te roepen bij het publiek, dat
merk ik elke keer weer. Heel extreem was dat het geval bij
het eerste concert met Mosch in het oosten van Duitsland nog
voor de val van de Berlijnse muur. De hele zaal, drieduizend
mensen, was aan het huilen. Onvoorstelbaar.”
Toen Mosch er in 1997
een punt achter zette, besloot Engelbertinck in het voetspoor
van zijn grote voorbeeld verder te gaan. Hij haalde de beste
muzikanten van Nederland bij elkaar, mensen uit de Marinierskapel,
het Concertgebouw orkest en het Metropole orkest. Muzikanten
die van wanten weten. Voor het geld hoeven ze het niet te
doen. „Ik verzorg ze goed, maar schaam me voor het bedrag
dat ik ze kan betalen - ik zeg ook niet wat het is - en dat
maakt me extra trots dat ze toch steeds weer meedoen. Ze voelen
net als ik dat gewisse etwas in deze muziek.” En ze
accepteren hun veeleisende dirigent. „Lanterfanten is
er bij mij niet bij. Dat zit niet in mijn aard. Ik herinner
me nog goed wat Mosch altijd zei: ‘We spelen niet voor
vanavond, maar voor volgend jaar. Als we nu niet de sterren
van de hemel spelen, komen de mensen volgend jaar niet meer
terug.’ Zonder discipline kom je nergens. Wie iets wil
bereiken, zal ervoor moeten werken. Die instelling zie ik
tegenwoordig bij veel beroepsorkesten niet meer terug.”
Zoals hij die instelling
ook in andere segmenten van de samenleving steeds minder terugvindt.
„Ik kan me dood ergeren aan die mentaliteit van laat
maar waaien, het komt wel vanzelf. Tegenwoordig krijgen jongeren
al geld als ze van school komen. Ik vind dat niet goed. Je
moet ervoor werken.
|
 |
| Herman
Engelbertinck: "Ik wil altijd winnen. Had ik als voetballer
al. Als mij er eentje voorbij ging, dan vrat ik het gras op." |
|
Maar als we zo doorgaan maken
we een hele generatie jongeren kapot. Terwijl de samenleving
vergrijst en er eigenlijk steeds meer hens aan dek nodig is,
zie je de zaak in Nederland verloederen. Ik vraag me echt
af in welke staat dit land over een jaar of twintig verkeert.
We moeten steeds meer mensen aan het eten houden, maar er
zijn steeds minder mensen die dat moeten betalen. Dat gaat
geheid een keer fout. Ik ben er niet gerust op. Als je rondkijkt
in de wereld hebben we het in Nederland natuurlijk ontzettend
goed. We zijn verwend tot en met, maar misschien luidt dat
ook wel onze ondergang in. Dat leert de geschiedenis ook.
Kijk naar de Romeinen. Een fantastisch rijk wisten ze op te
bouwen, maar toen sloeg de lamlendigheid toe en ging het rijk
ten onder. Nee, als ik het voor het zeggen had, ging het anders
in Nederland. Het moet weer gedisciplineerder. Dit zijn de
regels, zo doen we het en als je je er niet aan houdt zijn
dat de consequenties. Natuurlijk moet je openstaan voor suggesties
om iets anders te doen, maar dan moeten de argumenten daarvoor
wel deugdelijk zijn.” Hij noemt het gedoogbeleid ten
aanzien van softdrugs als voorbeeld. „Kijk wat er gebeurt
rond scholen. We zijn bezig een generatie jongeren naar de
donder te helpen. Aanpakken die handel, denk ik dan. Maar
velen willen het niet zien. Zeggen dat het allemaal wel mee
valt met wiet en hasj. Hou toch op. Twintig van de honderd
jongeren blijft er in hangen. Dat moet je toch niet willen.
Natuurlijk moet de jeugd zijn uitlaatklep hebben. Wij dronken
vroeger toen we jong waren ook een pilsje en ook wel een paar
meer. Maar zoals het nu gaat, gaan we naar de donder. Als
ik het voor het zeggen had in dit land ging het over een totaal
andere boeg.”
Maar hij heeft het
niet voor het zeggen, dus richt hij zich op de muziek én
op het uitvinden, ook een hobby die werk werd. Meestal in
het verlengde van de muziek. Het begon met een serie koppelbare
stoelen. Die vinding is inmiddels door een patent beschermd.
Zoals hij meer patenten op zijn naam heeft staan, waaronder
een speciaal en superhandig model van een partytafel en een
multifunctionele podiumtrap. „Als er een probleem is
zoek ik naar een oplossing. Het denken daarover gaat dag en
nacht door. Ik slaap dan ook slecht. En als ik het gevonden
heb, al is het midden in de nacht, brand ik het meteen in
elkaar. Dan móet ik zien of het werkt.” Niet
alles komt ten uitvoer. Zijn idee om in Afrika huizen van
lege colablikjes te bouwen bijvoorbeeld is nooit van de grond
gekomen, maar begraven is het ook nog niet. „Misschien
vind ik ooit de tijd om ermee door te gaan. Nu ben ik nog
met zoveel dingen bezig, dat ik liever niet op vakantie ga.
Na twee dagen met mijn gat op het strand vraag ik me al af:
‘Wat doe ik hier?’.”
Zijn vindingrijkheid bleef niet onopgemerkt. Engelbertinck
bouwde podia voor James Last, André Rieu, Lee Towers,
de popgroep Queen. Ook concertorganisator Mojo weet de vindingrijkheid
van de Oldenzaalse uitvinder op waarde te schatten. Rijk -
in de zin van een kapitaal geld vergaren - is hij er niet
van geworden en als er al eens flink verdiend was werd het
geld gestoken in innovaties. „Want het kan altijd beter.
Zo ben ik nu bezig de bladmuziek voor de Egerländer op
elektronische beeldschermpjes te krijgen. Veel eenvoudiger
dan bladmuziek.” Deskundigen vertellen hem dat het niet
kan. „Maar dat moet je tegen mij niet zeggen. Ik wil
altijd winnen. Had ik als voetballer al. Als mij er eentje
voorbij ging, dan vrat ik het gras op.” Hij gaat voor
de winst, maar geld interesseert hem niet. „Ik hecht
aan drie dingen, een goed bed, een auto waarmee ik een redelijke
kans heb een ongeluk te overleven en de muziek.
Dat mensen zeggen:
‘Engelbertinck het was een mooie avond’, dat is
het doel. En als ik morgen tien miljoen win koop ik al mijn
muzikanten uit en maak ik een grote internationale tournee.
Om al die critici, die hooghartig de neus ophalen voor de
Egerländer muziek, de mond te snoeren.” Zoals André
Rieu dat ooit deed met een megaconcert in Wenen. „Het
zag zwart van het volk. In het hol van de leeuw gaf hij de
hele klassieke wereld een draai om de oren. Heerlijk! Wat
Rieu deed voor de strijkers zou ik graag doen voor de blazers.” |
© Twentsche
Courant/Tubantia
naar boven |
|
| 
|
Music
& Show
September 2007
Door Frank Vergoossen |
De
droom van Herman Engelbertinck
Godfather van de Egerländer en
Böhmische muziek |
| Muzikaal paspoort
Naam: Herman Engelbertinck
Geboortedatum: 29 september 1945
Geboorteplaats: Oldenzaal
Woonplaats: Barneveld
Instrument(en):
1953 - 1961: trompet
1961 - 1974: trombone
1971 - 1997: bariton
1998 - heden: bastuba
Muziekopleiding(en):
1953 - 1955: interne opleiding Semper Crescendo Oldenzaal,
trompet
1958 - 1961: privéles Gerrit Kerkhof, trompet
1961 - 1965: conservatorium Enschede, trombone
1965 - 1966: conservatorium Den Haag, trombone
Lidmaatschap
amateurverenigingen of –ensembles:
1953 - 1964: muziekvereniging Semper Crescendo, muzikant
1981 - 1985: Bargkapel Barchem, dirigent
1990 - 1993: muziekvereniging Oefening Baart Kunst Otterlo,
muzikant
1991 - 1995: Isseltaler Musikanten, dirigent
1993 - 1996: harmonie Sint-Jozef Harmonie Oldenzaal, muzikant
2000 - 2004: harmonie Oefening Baart Kunst Zeist, muzikant
1998 - heden: Barnevelds Philharmonisch Orkest, muzikant
Loopbaan
als beroepsmusicus:
1964 - 1974: Marinierskapel der Koninklijke Marine, trombone
en bariton
1971 - 1997: Ernst Mosch und seine Original Egerländer
Musikanten, bariton
1997 - heden: Herman Engelbertinck und seine Egerländer
Musikanten, muzikaal leider
Overige
functies:
Jaren 80 en 90: internationaal jurylid
2004: regisseur KNFM-gala 2004
1975 - heden: eigenaar podiumverhuurbedrijf |
Een carrière
als professioneel musicus. Welke jeugdige muzikant droomt
er bij zijn eerste enthousiaste stappen op het muzikale pad
niet stiekem van om straks als beroepsmusicus door het leven
te gaan. Voor velen blijft het bij luchtfietserij, maar er
zijn er ook voor wie dat droombeeld werkelijkheid wordt. In
de serie 'De droom van' portretteert Music & Show mensen
voor wie het lidmaatschap van een fanfare, harmonie of drumband
de eerste aanzet vormde voor een avontuurlijke loopbaan in
de muziekwereld. In deze 27e aflevering
de droom van Herman Engelbertinck, de Godfather van de Egerländer
en Böhmische muziek in Nederland

|
| 
|
Als
achtjarig jongetje speelde hij op het biljart in het café
van zijn vader ‘Cherry pink’, de hit van de jaren
vijftig. Bij muziekvereniging Semper Crescendo uit zijn geboorteplaats
Oldenzaal zette hij zijn eerste muzikale stappen en bij de Marinierskapel
der Koninklijke Marine maakte hij kennis met de professionele
muziekwereld. Maar Herman Engelbertinck wilde meer. Het toeval
bracht hem in contact met de wereldberoemde kapelmeester Ernst
Mosch. Meer dan een kwart eeuw toerde hij aan de zijde van de
Koning van de Blaasmuziek kriskras door de wereld. Na het afscheid
van Ernst Mosch nam Herman Engelbertinck de fakkel van de legendarische
meester over. Met het jubileumconcert ‘Das ist Musik!’
viert hij op 21 september in de Jaarbeurs in Utrecht het tienjarig
bestaan van zijn eigen Egerländer Musikanten. “Ik
heb 26 jaar de stijl en sound van Mosch mogen ervaren. Logisch
dat je die ervaring dan op je eigen orkest gaat overbrengen.
Ik ben er trots op dat ik met mijn orkest in Nederland de muziek
van Ernst Mosch al tien jaar mag laten voortleven en hoop er
nog zeker tien jaar mee door te gaan.” |
“Links, twee, drie, vier! Links, twee, drie, vier!”
Als zoon van een marineman kreeg Herman Engelbertinck op jeugdige
leeftijd het marcheren op onorthodoxe wijze bijgebracht. “We
hadden vroeger thuis het café ‘Marinus van de
Plag’, genoemd naar de bijnaam van mijn vader. Hij liet
me door het café marcheren, de ene deur uit, buiten
om de hoek van het café de andere deur weer in. Zo
heb ik leren marcheren.”
Het etablissement van zijn vader, waar de humor hoogtij vierde,
vormde niet alleen een leerschool voor de marsdiscipline,
maar was ook de plek waar de muzikale carrière van
Herman Engelbertinck in de grondverf werd gezet. Zijn vader
was behalve marineman ook muzikant bij muziekvereniging Semper
Crescendo in Oldenzaal. Die muzikale vonk sloeg al op jonge
leeftijd over op zijn zoon. “Als klein jongetje hoorde
ik de clown van het circus Boltini op trompet ‘Oh, mein
papa’ spelen. Dat heeft zo veel indruk op mij gemaakt,
dat wou ik later ook!”
Als achtjarige liet Herman de cafébezoekers versteld
staan van zijn muzikale aanleg. Maar op de eerste repetitie
bij Semper Crescendo kwam hij er al achter dat talent alleen
niet genoeg was om te slagen in het muziekvak. “Ik mocht
voor het eerst mee spelen met het grote orkest. Had heel goed
geoefend en wilde wel even laten horen wat ik kon. Languit
met de benen over elkaar speelde ik mijn partij mee, toen
dirigent Albert Sommer afsloeg. Ik dacht dat hij me een compliment
wilde geven. Maar nee: ik kreeg een fikse uitbrander omdat
ik zo onderuitgezakt zat te spelen. Dat moment is me altijd
bijgebleven. Nu ik zelf dirigent ben weet ik hoe ongeïnteresseerd
het uitziet als muzikanten wat op hun stoel hangen. Een muzikant
in mijn orkest zal dat nooit doen.”
Na die leerzame vuurdoop ontpopte Herman Engelbertinck zich
als een uitstekende muzikant. Hij was erbij toen Semper Crescendo
eind jaren vijftig met 118 van de 120 punten behaalde op een
concours in Eibergen. Hij schakelde over van trompet op schuiftrombone
omdat hij voor zichzelf op dat instrument een grotere toekomst
zag. Die gok pakte prima uit. Nog voordat hij zijn conservatoriumopleiding
had voltooid, had hij al een vaste baan bij de Marinierskapel
te pakken. Met plezier denkt Herman terug aan zijn tijd bij
de Oldenzaalse harmonie. “Ik heb het geluk gehad dat
ik destijds bij dit orkest ben begonnen. Semper Crescendo
maakte muziek op hoog niveau. Altijd in de hoogste afdeling.
We hadden twee keer per week repetitie. Iedereen was altijd
aanwezig. Albert Sommer was een uitstekende dirigent. Hij
eiste discipline, iets wat ik later ook bij de Marinierskapel
en zeker ook bij Mosch terugzag. Zonder discipline kom je
nergens.”
Ook bij de Marinierskapel kwam Herman uitstekend uit de verf.
Met een solo tijdens een plaatopname van de Mariniers met
de Dutch Swing College Band trok hij de aandacht van Ernst
Mosch, die ons land bezocht voor de uitreiking van een Edison.
Mosch benaderde hem om als baritonspeler zijn Egerländer
Musikanten te komen versterken. Herman hoefde niet lang na
te denken over het aanbod. “Spelen in het orkest van
Ernst Mosch was voor mij het hoogst haalbare”. Zo’n
26 jaar trok Engelbertinck met de Koning van de Blaasmuziek
naar alle uithoeken van de aarde. Een zeer succesvolle en
enerverende periode die resulteerde in ruim duizend concerten,
meer dan 40 miljoen verkochte platen, tv-optredens in ruim
veertig landen en 29 gouden, platina en diamanten platen.
Herman: “Het was de mooiste tijd uit mijn leven. Zowel
muzikaal als organisatorisch heb ik er erg veel van geleerd.
In de hoogtijdagen van Ernst Mosch gaven we 200 concerten
per jaar. Tien dagen op tournee, tien dagen thuis en dan weer
tien dagen op tournee. Een mooier baantje bestond niet! Spelen
met fantastische muzikanten onder leiding van een heer en
meester die wist waar hij het over had.” Vele
momenten uit die periode hebben bij Herman een onuitwisbare
indruk achtergelaten. Zoals de concerten in het voormalige
Oost-Duitsland nog voor de val van de muur. “Die mensen
hadden deze muziek nooit kunnen beluisteren. Veel teksten
van Mosch gaan over ‘Die Heimat wo unsere Wiege stand’,
‘Verlorene Liebe’, ‘Egerland Heimatland,
möcht dich einmal, einmal wieder seh’n’.
De hele zaal met 3000 bezoekers was aan het huilen. Dat heeft
zeer veel indruk op mij gemaakt. Het valt niet mee om dan
je partijtje nog goed te spelen.”
Ernst Mosch heerste over zijn gezelschap als een veldheer
over zijn troepen. Hij zorgde voor een goede sfeer binnen
het orkest, maar ook voor een perfecte muzikale presentatie.
“Ik kan me niet één concert herinneren
waar met de pet naar gegooid werd. Ieder concert vlogen de
stukken er van af. Het parool van Mosch was: we spelen niet
voor vanavond, maar voor volgend jaar. Als we nu niet de sterren
van de hemel spelen, komen de mensen volgend jaar niet meer
terug. Die instelling zie ik tegenwoordig bij veel beroepsorkesten
niet meer terug.”
Engelbertinck bewonderde zijn orkestleider niet alleen als
musicus, maar respecteerde hem ook als mens. “Als musicus
was hij fenomenaal. Hij speelde vroeger trombone bij het orkest
van Erwin Lehn. Ik heb diverse opnames van hem gehoord. Voor
die tijd was dat zeer hoogstaand. Als mens leefde Mosch zuinig.
Ik kan dat ook wel verklaren. Hij had vroeger helemaal niets.
Kwam gewond uit de oorlog. Heel Duitsland lag in puin. Er
was niets. Aan een avondje uitgaan met muziek was weinig behoefte.
Voor een muzikant was de werkgelegenheid schaars. Hij speelde
wat in Amerikaanse clubs voor de peuken die nog in de asbakken
lagen. Dat zou met de tijd veranderen: hij had miljoenen op
de bank staan, maar gaf ze niet uit. Het enige waar hij veel
geld aan uit gaf, was aan duiven. Dat was zijn grote hobby.
Ik heb eens voor hem op een veiling in Zundert twee duiven
moeten kopen. Ik mocht onbeperkt bieden. De ene duif kwam
op 55.000 gulden, de andere op 60.000 gulden. Ik moest ze
per auto naar zijn woonplaats Unter-Germaringen brengen. Het
was snikheet die dag. Onderweg ben ik nog gestopt omdat ik
geen gekrabbel meer hoorde. Ik heb ze met hun kop in een bak
water geduwd. Drinken zouden ze! Stel je voor, ik kom aan
en moet zeggen: “Herr Mosch, Toif ist Tot.” Het
liep gelukkig goed af. Het was voor mij een mooie dag. Mosch
betaalde me uit in Duitse Marken in plaats van in guldens.
Een winst van tien procent.”
Toen Ernst Mosch om gezondheidredenen in 1997 besloot de voet
van het gaspedaal te halen, besloot Herman Engelbertinck de
leemte die zijn beroemde orkestleider naliet op te vullen.
Hij richtte zijn eigen Egerländer Muzikanten op. Zo’n
tien keer per jaar laat hij in Nederland met voornamelijk
originele Egerländer en Böhmische werken de herinneringen
aan Ernst Mosch voortleven. Voor de optredens verzamelt hij
professionele musici uit Nederlandse blaas- en symfonieorkesten
om zich heen. “De mogelijkheden om in Duitsland op te
treden zijn beperkt, hoe graag ik dat ook zou willen. Mijn
muzikanten hebben ook nog hun eigen werk en kunnen niet zomaar
een paar weken op tournee. Ik heb helaas niet de macht van
Mosch: die belde de dirigenten van de beroepsorkesten op met
de vraag of zij hun beste muzikanten vrij konden geven om
met hem op tournee te gaan. Geen dirigent die hem weigerde.”
Ook in Duitsland gingen oud-muzikanten van Ernst Mosch na
diens dood in 1999 verder als Egerländer Musikanten.
Op de vraag welk orkest gezien wordt als de officiële
voortzetting van de Egerländer van Ernst Mosch antwoordt
Herman: “Wat is officieel? Toen Ernst Mosch overleed,
is er een clubje muzikanten verder gegaan onder de naam: Die
Egerländer Musikanten, Das Original. De bezetting is
een stuk kleiner, waarschijnlijk om de kosten te drukken.
De baritonspeler is tevens orkestleider. Uit respect voor
Mosch, zeggen ze, staat er geen dirigent voor. Dat vind ik
jammer, want dan mis je juist de wisselwerking tussen dirigent
en orkest. De bezetting van mijn orkest is wel origineel.”
Ook het karakteristieke geluid van Ernst Mosch klinkt door
in het orkest van Herman Engelbertinck. “De euforie
van een mars zoals ‘Der Falkenauer’ afgewisseld
met de ingetogenheid van een werk zoals ‘Der Böhmischer
Wind’. Dat soort tegenstellingen spreken me aan. En
het publiek schijnbaar ook, want je kunt bij het slotakkoord
een speld horen vallen.”
Veel harmonieën en fanfares hadden vroeger een eigen
Tiroler- of Egerländerkapel. Met de terugloop van tradities
zoals Frühshoppen en Beierse avonden is het aantal blaaskapellen
drastisch afgenomen. Volkstümliche muziek worstelt bovendien
met een oubollig imago. Toch vreest Herman Engelbertinck niet
dat de Egerländermuziek op termijn met uitsterven wordt
bedreigd. “Nee, nooit. Als je het goed doet, zal er
altijd publiek voor zijn. Van een teruggang merk ik niets.
Mijn concerten worden alsmaar drukker bezocht. We spelen hoogstaande
blaasmuziek en mensen hebben er veel geld voor over om daar
in een theater van te genieten. En ach ja, tegen lieden die
dit genre bestempelen als hoempapamuziek kan ik alleen maar
zeggen: ik kan wel een stoot van een ezel verdragen.”
Naast het leiden van zijn Egerländer Musikanten runt
Herman Engelbertinck ook nog een verhuurbedrijf in podia,
licht, geluid en stoelen. Tal van grote artiesten en popacts
gaven concerten en shows op de planken van QPO Verhuur. “Daar
ben ik in 1975 mee begonnen toen ik in Nederland een concert
van Ernst Mosch organiseerde. Omdat ik geen gekoppelde stoelen
had, kreeg ik problemen met de brandweer. Ik heb toen zelf
gekoppelde stoelen gemaakt met een bijbehorend podium. Dat
idee heb ik later doorontwikkeld in een systeem waarmee ik
podia onbeperkt kon uitbreiden. Ook ontwierp ik een podiumwagen
waarmee ik meteen ook 3000 stoelen kon vervoeren.”
Op 21 september viert Herman Engelbertinck op grootse wijze
het tienjarig bestaan van zijn Egerländer Musikanten.
De Jaarbeurs in Utrecht zal dan voor het eerst in haar bestaan
het decor zijn voor een blaasmuziekconcert. De voorbereidingen
zijn al maanden in volle gang. “Het wordt een spectaculaire
avond. Alle technische en muzikale hoogstandjes van de afgelopen
tien jaar komen voorbij. En natuurlijk staan de nodige verassingen
te wachten.”
Hoewel met zijn bestaan als musicus en organisator zijn grote
jeugddroom in vervulling is gegaan, blijven er ook voor Herman
Engelbertinck nog wensen over. “Ik zou graag nog eens
in Duitsland op tournee willen gaan. Mijn grote voorbeeld
is André Rieu. Door iedereen vroeger verguisd en uitgelachen.
Ik heb groot respect voor de manier waarop hij zijn concerten
organiseert en uitvoert. Hij heeft het lef gehad om een megaconcert
te geven in Wenen. Nota bene in het hol van de leeuw heeft
hij de hele klassieke wereld een draai om de oren gegeven.
Heerlijk! Hut ab! Dat hoop ik ook nog eens ooit te bereiken.
Als ik tien miljoen zou winnen, kocht ik alle muzikanten uit
en zou ik al dat geld aan concerten spenderen.”
|
| Kent
u ook iemand die net zoals Herman Engelbertinck na zijn amateur-loopbaan
het avontuur zocht in de professionele klassieke of lichte muziekwereld,
geef dan zijn of haar naam, adres of telefoonnummer met en korte
biografie door aan: frank.vergoossen@home.nl |
© Music
& Show
naar boven |
|
 |
Streekgids
zondag 25 maart 2007 |
De
Bron volledig gevuld tijdens Egerländer concert
GROENLO – Het is dit jaar tien jaar geleden dat Herman
Engelbertinck zijn ‘Egerländer Musikanten’
oprichtte. Herman Engelbertinck reisde 26 jaar over de hele
wereld met het orkest van zijn leermeester ‘Ernst Mosch
und seine Original Egerländer Musikanten’.
|

Foto: Marcel Houwer |
In 1997 stelde Engelbertinck uit
topmusici zijn eigen orkest samen. In het orkest, dat bestaat
uit 22 muzikanten, waaronder twee vrouwen, speelt zelfs een
oud Grollenaar, Erik Hilferink die nu woonachtig is in Leiden
en Berry Tanck uit Lievelde.
Het orkest stond zondagmiddag op de bühne van het Cultureel
Centrum de Bron in Groenlo.
De 370 aanwezigen, die aan 6 lange rijen tafels zaten, hoorden
ruim tweeënhalf uur Egerländer muziek van ongeëvenaard
hoog niveau. De bekende stukken zoals; 'Böhmischer Wind',
‘Egerland Heimatland’, ‘Rosamunde’
en Der Haupmann von Köpenick kwamen allemaal voorbij. |

Foto: Marcel Houwer |
| Engelbertinck dirigeerde, maar zong
ook samen met Marleen Tiggeloven en Geert Sprick tijdens het
optreden. De middag werd gepresenteerd door Flügelhorn
blazer Geert Sprick.
Op vrijdag 21 september geeft Herman Engelbertinck und seine
‘Egerländer Musikanten’ een ubileumconcert
in de jaarbeurshal in Utrecht. Bezoekers van de Bron konden
zondagmiddag een formulier invullen en maakten daarbij kans
op drie vrijkaarten voor dit concert. Uit Groenlo was Arjan
de Haan de gelukkige.
25-3-2007
Gepost door:
Bron: www.streekgids.nl
S t r e e k g i d s . n l © 2002-2007 Alle rechten
voorbehouden.
naar boven |
|
 |
De
Gooi- en Eemlander
donderdag 16 november 2006 |
'Het
plezier straalt er vanaf'
Herman Engelbertinck und seine Egerländer
Musikanten in De Speeldoos |
Misschien is Herman Engelbertinck und seine Egerländer
Musikanten wel het beste blaasorkest in de wereld. Maar ten
westen van Arnhem wordt op zo'n mededeling hoogstens met enig
schouderophalen gereageerd: Het zou wat: 'hoempamuziek in Lederhosen'.
Herman Engelbertinck wordt een beetje verdrietig om een dergelijke
reactie. „Kom zondagmiddag naar De Speeldoos in Baarn,
zegt hij. „En je weet beter.
De 61-jarige Herman Engelbertinck volvoert goedmoedig, doch
vastberaden een opdracht die hij zichzelf heeft gesteld: de
Egerländer muziek levend te houden! Tot nog toe lukt hem
dat aardig. Voornamelijk door optredens in Duitsland en in het
oosten van ons land. In de Arnhemse Rijnhal trok hij sinds 1993
bijna jaarlijks telkens duizenden bezoekers. In het westen van
het land krijgt hij echter weinig gelegenheid om met zijn 22
man en vrouw sterke orkest de uit Tsjechië ( de Eger is
een Tsjechische rivier) afkomstige volksmuziek te laten klinken.
Zijn Egerländer Musikanten speelden enkele jaren geleden
op een zondagmiddag in de tuin van kasteel Ter Horst in Loenen,
maar eerder of later zijn ze nooit in deze contreien geweest.
|

Foto: Ellen ten Bokum |
| Herman Engelbertinck is zonder
overdrijving een van de grootste kenners van de Egerländer
muziek. „Ik heb van 1971 tot 1995 trombone gespeeld
in het orkest Ernst Mosch und seine Original Egerländer
Musikanten, verklaart hij: De Tsjech Ernst Mosch is de ongekroonde
koning van deze muziek. De voormalige jazzmuzikant arrangeerde
polka, wals en marsen van Tsjechische- Südeten Duitse
volksliedjes tot Egerländer muziek voor zijn in 1956
operichte orkest. Meer dan vijftig miljoen lp's en-cd's verkocht
Mosch. In 1971 kwam hij naar Nederland om een Edison op te
halen, de hoogste platenonderscheiding in ons land. Toen ontmoette
hij ook Herman Engelbertinck. De geboren Oldenzaler was na
een conservatoriumopleiding lid geworden van de Marinierskapel
van de Koninklijke Marine. De kapel speelde op het Edison-gala.
Na afloop gaf Engelbertinck aan Mosch een lp van de Marinierskapel
met de Dutch Swing College Band.
„Ik speelde daarop en trombone solo, zegt Engelbertinck,
,,Mosch heeft die waarschijnlijk beluisterd, want kort daarna
vroeg hij of ik in zijn orkest kwam spelen. Esrst alleen voor
lp-opnamen, maar na een paar jaar als vast orkestlid. Ik heb
honderden tournees gemaakt, tot zelfs door Amerika, waar ik
met het orkest zelfs in de Carnegie Hall in New York heb gespeeld.
Al doende kreeg Engelbertinck het zwaar te pakken van de Egerländer
muziek. Toen Mosch die in 1997 overleed, in 1995 wegens gezondheidsproblemen
zijn orkest ophief, was Herman Engelbertinck een verweesd
man. Maar niet lang, want in 1997 richtte hij zijn eigen orkest
op, gemodelleerd naar het orkest van zijn leermeester: Herman
Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.
Met trots zegt hij: ,,In mijn orkest spelen uitsluitend topmusici.
Hij koos enkele Mosch-musikanten naast musici uit het Metropole
Orkest (onder meer trompettist Jan Wessels), het Gelders Orkest,
de Mariniers- en de Luchtmachtkapel. „Egerländer
muziek stelt zulke hoge eisen, legt Engelbertinck uit, „om
die goed te laten klinken heb je dus ook topmuzikanten nodig.
En net als met jazz kan niet iedere musicus Egerländer
muziek spelen. Het moet bijvoorbeeld precies op de tel. Als
je dat niet doet, lijkt het of de muziek voorover valt.
Engelbertincks orkest wordt beschouwd als de top in dit genre.
Anders hoeft het voor de leider ook niet.
Maar leven van deze muziek kan hij niet. Daarom heeft hij
een lucratiever nevenberoep. Hij is namelijk ook organisator,
en verhuurder van zelfontwikkelde stoelen, mobiele podia en
geluidsapparatuur. „Ik heb alle shows van Lee Towers
in Ahoy Rotterdam gedaan, zegt hij.
De Speeldoos heeft een podium en stoelen, maar Engelbertinck
neemt zondag wel zijn eigen geluidsinstallatie en geluidstechnicus
mee: Een perfect orkest moet perfect klinken! „Wie ons
eenmaal gehoord heeft, komt een volgende keer opnieuw, beweert
Engelbertinck. Die bezoeker is dan ook subiet genezen van
het vooroordeel dat Egerländer Musik het best gedijt
bij telkens gevulde literglazen bier. Maar blij word je er
wel van. „Ook bij mijn muzikanten straalt het plezier
er van af, zegt Herman Engelbertinck.
KLAAS KOOPMAN
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten
in De Speeldoos Rembrandtlaan 35, Baarn,,zo 19 nov, 15u. Entree:
€20: Reserveren via tel. 035-54180 50.
Voor meer info:www.egerlandermusikanten.nl.
© De
Gooi- en Eemlander
naar boven |
|
 |
Barneveldse
Krant
dinsdag 14 november 2006 |
Engelbertinck trekt westwaarts |
Werken
Mosch te beluisteren in Baarns theater
BARNEVELD - Dat Barneveld een bijzondere orkestleider
rijk is, moet onderhand genoegzaam bekend zijn. De uit Oldenzaal
in Twente afkomstige Herman Engelbertinck vestigde zich een
aantal jaren geleden in onze gemeente en heeft intussen zijn
draai samen met zijn levenspartner Danielle Elsinghorst aardig
gevonden.
Naast het vele werk van inrichten en opbouwen van theatervoorstellingen
ziln ze ook professionele uitvoerende musici. Herman is jarenlang
werkzaam geweest bij de Marinierskapel en vervolgens 26 jaar
lang bij het wereldberoemde orkest van Ernst Mosch und seine
original Egerlander Musikanten, waarmee hij de hele wereld
overtrok. Zo trad hij bijvoorbeeld op in de beroemde Carnegie
Hall in New York. |

Foto: Ellen ten Bokum |
| De Egerländer muziek had
hem vanaf het begin dat hij Ernst Mosch ontmoette zo gegrepen
dat hij zelfs zijn baan bij de Marinierskapel opgaf om zich
geheel te wijden aan deze soort muziek. De typische klank
van deze muziek vindt zijn oorsprong in het Egerland, de landstreek
in Bohemen in het grensgebied van Tsjechië en Duitsland
genoemd naar de rivier de Eger. De hoofdplaats droeg tot het
eind van de tweede wereldoorlog ook de naam Eger, maar deze
grensstad in Tsjechië draagt nu de naam Cheb.
Na diverse amateursgezelschappen geleid te hebben kwam Herman
Engelbertinck op het idee om zelf een orkest samen te stellen
die de sound van Mosch zou kunnen voortzetten. In de loop
der jaren verzamelde Herman in een archief namen en de daarbij
behorende instrumenten van beroepsmusici die in diverse orkesten
werkzaam zijn, zoals onder meer de Marinierskapel en het Metropole
Orkest.
Ieder jaar zorgt vooral Daniëlle ervoor dat uit de musici
voor de diverse uitvoeringen een band wordt samengesteld van
zo'n twintig personen in de bezetting zoals Mosch die voorstond.
Omdat niet altijd dezelfde personen beschikbaar zijn, kan
de bemensing per concert dus verschillen, maar allen spelen
in de traditie van Mosch.
Zowel Herman als Danielle spelen beiden belangeloos mee in
het Barnevelds Philharmonisch Orkest en Danielle geeft zelfs
lessen aan jonge leden van de Harmonie. Herman Engelbertinck
is een figuur die niet alleen qua postuur en door zijn kledendracht
tijdens de concerten opvalt, maar die zijn bevlogenheid tijdens
het concert met geweldige lichaamstaal uitstraalt naar zijn
orkestleden.
Aanvankelijk waren de concerten, waaronder ieder najaar een
topper in de Rijnhal in Arnhem geconcentreerd in het oosten
het land, maar dit jaar voorhet eerst is er een optreden in
onze regio, namelijk op zondag 19 november in theater De Speeldoos
in Baarn, Rembrandtlaan 35, 035-5420847.
Het is dit jaar precies vijftig jaar geleden dat Ernst Mosch
zijn orkest oprichtte. Dit concert is dan ook als hommage
bedoeld door Engelbertinck aan zijn in 1999 overleden leermeester.
Het concert vangt om 15.00 uur aan en de toegangsprijs is
€ 20. Voor meer informatie: www.egerlandermusikanten.nl
HENK VAN HERNEN
©Barneveldse
Krant
naar boven |
|
 |
Baarnsche
Courant
8 november 2006 |
Zondag
19 november
Herman Engelbertinck und seine
Egerländer Musikanten
De Speeldoos te Baarn, aanvang 15.00 uur |
|
Stunden die man nie vergißt
Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Ernst Mosch zijn Original
Egerländer Musikanten oprichtte. Het blijkt dat na zovele
jaren deze muziek nog steeds door vele mensen een warm hart
wordt toegedragen. Als eerbetoon draagt Herman Engelbertinck
dit concert op aan zijn grote leermeester Ernst Mosch.
Ernst Mosch, ’De koning van de blaasmuziek’, richtte
in 1956 zijn orkest Die Original Egerländer Musikanten
op.
Baritonist Herman Engelbertinck reisde 26 jaar over de hele
wereld met Ernst Mosch und seine Original Egerländer
Musikanten.
Herman Engelbertinck stelde in 1997 uit topmusici zijn eigen
orkest samen in de originele bezetting van Ernst Mosch, waarmee
hij u trakteert op onvergetelijke Egerländer-muziek van
ongeëvenaard hoog niveau. U hoort heerlijke polka’s,
walsen, marsen en tango’s.
Uren om niet te vergeten.
Op 19 november in de Speeldoos: het beste blaasorkest sinds
Ernst Mosch.
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten
presenteren prachtige nummers, waarbij bekende titels als
’Böhmischer Wind’, ’Egerland, Heimatland’
en ’Rosamunde’ natuurlijk niet zullen ontbreken.
Met zijn jarenlange muzikale ervaring weet Engelbertinck het
enthousiasme over te brengen op zijn orkest en bereikt daarmee
de onvergetelijke sound van Ernst Mosch, zoals deze in de
jaren zestig werd gespeeld. Een spetterende middag die u niet
mag missen.
Aanvang: 15.00 uur.
Entree: e 20,00. Kaarten:
reserveren via (035) 542 08 47.
© Baarnsche
Courant
naar boven |
|
 |
De
Twentse Courant Tubantia
9 maart 2006 |
Tijdens
hun concert zondag in het
Theaterhotel te Almelo presenteren Herman Engelbertinck und
seine Egerländer Musikanten de vierde CD: Goldene Musik.
'De muziek van Ernst Mosch moet levend gehouden worden'.
'Het
is de liefde
voor de muziek' |

Foto ELLEN TEN BOKUM |
| Door
TON OUWEHAND
- Er is nog steeds een Count Basie Band en er zijn zelfs
enkele Glenn Miller Orchestra’s. Heeft u ooit overwogen
om uw orkest Ernst Mosch und seine Egerländer Musikanten
te noemen?
‘Nee absoluut niet. Om de eenvoudige reden dat
ik Ernst Mosch niet ben. Ik ben Herman Engelbertinck. Ernst
Mosch was een fenomeen. Hij was mijn leermeester. Ik heb het
geluk gehad dat ik 26 jaar bij hem heb mogen spelen. Zijn
muziek moet levend gehouden worden. Maar om mijn orkest Ernst
Mosch te noemen, geen haar op mijn hoofd die daar aan gedacht
heeft.’
- Het lijkt erop dat het goed loopt met uw orkest?
‘In alle bescheidenheid: ik ben buitengewoon tevreden.
Er komen mensen naar de schouwburg die er geld voor hebben
betaald. Ze gaan zitten van: zo Engelbertinck, laat het maar
eens horen. Als het niet goed is gaan ze na een half uurtje
joelen en fluiten. Maar ik krijg ze zover dat ze na afloop
zeggen dat ze een fantastisch mooie middag hebben gehad. De
mensen zijn tevreden, ze kopen cd’s.’
- Had u het verwacht?
‘Ik heb gezegd dat ik het zou proberen. Als je
het niet probeert weet je het ook niet. Het was een avontuur
toen we in 1997 begonnen. In Nederland gaan blaasorkesten
niet in een theater zitten. Ik heb het uitgeprobeerd en het
is me gelukt.’
- Met welk doel bent u eraan begonnen?
‘Ernst Mosch was overleden. En voor mij was hij
een levensbehoefte geworden. Niet alleen financieel, ook muzikaal.
Ik vond dat die muziek moest blijven klinken. Ik moest het
doorgeven. En hoe kun je het beter doorgeven dan door zelf
een orkest op te richten met goede muzikanten.’’
- Was het moeilijk de juiste muzikanten te vinden?
‘Voor mij was dat gemakkelijk omdat ik in die wereld
zit. Ik ken Jan Wessels, Cyril van Poucke, Geert Sprick, Holger
Müller en Hans Schippers. Ik heb er musici van Het Gelders
Orkest bij, van de Marinierskapel, van Luchtmachtkapel. Dat
gaat niet van: wat levert het op? Het is de liefde voor de
muziek. Ik ben onlangs in jazzpodium De Tor geweest. Daar
speelde Jan Wessels als solist bij de Dual City Concert Band.
Fenomenaal. Dan ben ik ontzettend trots als een dat zo’n
talent bij mij tweede flügelhorn wil spelen. Dat ik zulke
goede muzikanten in mijn orkest heb zitten. Maar het gaat
erom dat ze aan deze muziek plezier beleven. Als je geen lol
hebt aan deze muziek, moet je het niet spelen.’
- Speelt u zelf nog?
‘Niet in het orkest. Dat dirigeer ik. En af en
toe zing ik wat met Geert Sprick en met de zangeres. Ik speel
wel tuba, maar dat doe ik in de harmonie van Barneveld.
- U staat ook geregistreerd als uitvinder. Heeft u recentelijk
nog wat uitgevonden?
‘Ik heb er weer een paar pantentjes bij gekregen.
Ik heb een stoelsysteem ontwikkeld die je in sporthallen kunt
gebruiken. Stoelen die je heel snel kunt opbouwen en afbreken.
In een uur en veertig minuten kan ik in mijn eentje vierduizend
stoelen opstellen. En het afbreken kan ik ook in die tijd.
Ik heb die stoelen in China besteld. De container komt half
april in Nederland. De bedoeling is dat ik dat ga verhuren
en verkopen.
Ik stel me er veel van voor. Maar ik vind ‘uitvinding’
een groot woord. Ik zie het zelf zo dat ik praktische oplossingen
probeer te bedenken. Ik denk vaak: dat moet handiger kunnen.
Ik heb voor de harmonie een podium van piepschuim gemaakt.
In vijf minuten kun je het podium afbreken. Iedereen kan zo’n
blok meenemen. Ook dames. Het lijkt nergens op, maar het werkt
als een tierelier.’n
Herman Engelbertinck und seine Egerländer
Musikanten,
zondag om 15.00 uur, Theaterhotel Almelo.
© Twentsche
Courant/Tubantia
naar boven |
|
 |
De
Stentor
28 november 2005 |
Egerländer
festijn met Herman Engelbertinck
door HANS INVERNIZZI
28 NOVEMBER 2005 - ZWOLLE
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.
Odeon, 27/11.
Nog te zien: Kasteel ter Horst, Loenen (2/7).
De absolute top in Egerländer muziek was het orkest
van Ernst Mosch, de in 1999 overleden musicus die er zijn
leven aan wijdde. In de 60-jarige Herman Engelbertinck uit
Oldenzaal heeft Mosch een waardige opvolger gevonden.
De kwart eeuw die Herman als muzikant met grondlegger Mosch
over de aardbol toerde, heeft zijn sporen nagelaten in de
aanpak van de zingende dirigent. Op het repertoire staan tal
van Mosch-composities.
Qua bezetting met hoofdzakelijk koper, een beetje hout en
slagwerk is Engelbertincks in 1997 opgerichte band identiek
aan die van Mosch. Ook de uitmonstering van de achttien orkestleden
is in stijl. De Egerländer blaasmuziek, die zijn oorsprong
vindt in het stroomgebied van de rivier de Eger, is Beiers
met Tsjechische invloed. De stad Eger (Cheb zeggen de Tsjechen)
ligt pal bij de Duitse grens.
Twente
De Egerländer ‘sound’ is populair in Twente.
Veel amateurs beoefenen het genre. Debet daaraan was de vader
van Herman, die bekend werd als de humoristische cafébaas
Marinus van der Plag en promotor van de Beierse klanken. Op
de speellijst staat immer de ode die Herman aan zijn vader
wijdde. Verder een reeks bij de liefhebbers bekende stukken:
strak gearrangeerde marsen, walsen en polka’s.
Het is goed te horen dat Engelbertinck de beste blazers in
zijn groep heeft verzameld. Het technisch niveau ligt bijzonder
hoog.
Een uitblinker is de enige vrouw in het gezelschap, baritonhoorniste
Daniëlle Elsinghorst. Ze soleert in de ‘Bayerische
Polka’ op trombone. Een fenomenaal staaltje van instrumentbeheersing.
Het valt sowieso op hoe gedisciplineerd er wordt gemusiceerd.
Dat gaat in het begin ten koste van de spontaniteit. De zang
van Herman en vocaliste Anne Roos klinkt ook aanvankelijk
wat stijfjes. Gaandeweg komen de Egeländer Musikanten
lekker los en krijgt de zaal zin in meeklappen en -zingen.
Eenmaal op gang schept Engelbertinck een festijn met die ontspannen
sfeer van bierovergoten vrolijkheid, die kenmerkend is voor
Beieren. Na een ‘spontaan’ bezoekje van Sint Nicolaas
is het feest bij de Zugabe, publiekslieveling ‘Rosamunde’.
De Stentor | 28-11-2005 | Cultuur Zwolle
Copyright © 2005 De
Stentor - alle rechten voorbehouden
naar boven |
|
 |
Extra
Nieuws
14 maart 2006 |
Eerste
concert 2005 Herman Engelbertinck succesvol |
Almelo-
Herman Engelbertinck en zijn
Egerländer Musikanten mochten zich
zondagmiddag verheugen op een bom-
volle zaal van het Theaterhotel in Almelo.
Het was een eerste concert in een reeks van 12. Hij trakteerde
het publiek op Egerländermuziek op hoog niveau. Een nieuw
gezicht in het orkest was markante drummer Anton Nijen-Es.
Geert Sprick presenteerde met verve de verbindende teksten.
Een aanrader voor een middagje gezellige muziek. |
 |
|
© Extra
naar boven |
|
 |
De
Telegraaf/Twente Vandaag
10 maart 2005 |
Herman
Egerländer terug in Twente |
|
| ALMELO
– Ze zijn een begrip in Oost-Nederland: Oldenzaler Herman
Engelbertinck en zijn Egerländer Musikanten. Zondag 13
maart keren ze opnieuw terug naar Twente. Ditmaal vult het razend
populaire blaasorkest het Almelose Theaterhotel met volksmuziek. |
Hij reisde decennia lang de wereld
rond als lid van ’s werelds beroemdste blaasorkest ‘Ernst
Mosch und seine Original Egerländer Musikanten’.
De formatie verkocht sinds haar oprichting in 1956 al ruim
veertig miljoen platen. Geen kinderachtige resultaten. Zeker
in Oost-Nederland zijn de muzikanten van de legendarische
groep daarom zeer populair. Vrijwel elk optreden in deze regio
staat garant voor een uitverkochte zaal en dolenthousiast
publiek. ‘Onze professionaliteit zit ‘m in bezielde,
hooggekwalificeerde musici en een goed verzorgd concert’,
zei Engelbertinck in een eerder interview met deze krant.
De Oldenzaler besloot na de dood van Ernst Mosch zelf verder
te gaan met het orkest. Hij verzamelde sinds 1997 een groot
aantal erkende topmusici om zich heen.
Egerländer muziek is géén hoempapa-muziek,
zo benadrukte Engelbertinck. De oorspronkelijke polka’s,
walsen en marsen zijn in de handen van muzikant en dirigent
Ernst Mosch en zijn orkest bewerkt tot toegankelijke muziekstukken.’
Deze succesvolle gearrangeerde volksmuziek groeide uit tot
een duidelijk herkenbare muziekstijl. Het bewijs hiervoor
is het bestaan van honderden amateur en professionele Egerländer
blaaskapellen in Nederland.’
Ook vorig jaar traden de Egerländer Musikanten op in
het Almelose Theaterhotel. De organisatie kreeg volgens zegsman
Gé ten Bokum van het orkest zoveel positieve reacties
vanuit het publiek, dat ervoor gekozen is het blaasorkest
opnieuw in het programma op te nemen. Zondag 13 maart keren
de muzikanten daarom terug in Almelo. Vanaf 14.30 uur worden
werken gepresenteerd zoals ‘zum Städtel Hinaus’
en ‘Tango Souvenirs’. Ook wordt een tiental nieuwe
nummers opgenomen in de setlist. Voor het optreden zijn nog
steeds kaarten te koop.
©De
Telegraaf
naar boven |
|
|
Herman
Engelbertinck |
regisseur
KNFM Grand Gala |
|
Zaterdag
27 november 2004 organiseert de KNFM in het Indoor-Sportcentrum
Eindhoven haar eerste Grand Gala, waarbij de regie in handen
is van Herman Engelbertinck.
Door Ton Bosz |
| Het
wordt een muzikale kraker van de eerste orde. Een megaoperatie
die een strakke leiding vereist. De verschillende touwtjes zullen
door de regisseur nauwlettend in de hand worden gehouden. En
bij wie zijn die touwtjes beter in handen dan bij de door ervaring
gepokt en gemazelde Herman Engelbertinck Herman kwam al vroeg
met de muziek in aanraking, omdat zijn vader bekend stond als
de muzikaalste caféhouder van de boeskoolstad Oldenzaal.
Engelbertinck senior bestierde het bekende café Marinus
van de Plag en kleine Herman stond op achtjarige leeftijd zijn
muzikale kunsten te demonstreren op het biljart. Vader Engelbertinck
stond aan de basis van de Tirolerkapel van Sempre Crescendo
in Oldenzaal en bespeelde zowel de saxofoon als het slagwerk.
Dat kleine Herman ook was voorbestemd voor een prominente rol
in de muziek was dus niet zo verwonderlijk en hij kreeg, vrij
uniek voor die tijd, les van de solotrompettist van het Overijssels
Filharmonisch Orkest. Van deze professional kreeg de kleine
Herman het advies zijn blik te richten op het conservatorium.
Dat advies werd opgevolgd en hij kreeg hier de fijne kneepjes
van de trombone bijgebracht door Gerrit Boomsma. Dat deze studie
succesvol was bleek uit het feit dat Herman op 19-jarige leeftijd
werd aangenomen bij de Marinierskapel. Een solo van Engelbertinck
tijdens plaatopnamen van de Marinierskapel, samen met de Dutch
Swing College band, maakte op de aanwezige Ernst Mosch zoveel
indruk dat hij Herman vroeg bij zijn Egerländer Musikanten
te komen spelen. Die muzikale carrière beheerste 26 jaar
van zijn leven en met Ernst Mosch reisde Herman naar alle uithoeken
van de wereld. Honderden concertseries brachten hem overal,
tot zelfs in de fameuze Carnegie Hall in New York. Na het overlijden
van Ernst Mosch, mei 1999, stopten de activiteiten van zijn
orkest en besloot Herman Engelbertinck zijn eigen Egerländer
orkest te formeren. En tot op de dag van vandaag genieten immer
volle zalen van de prachtige klanken van “Herman Engelbertinck
und seine Egerländer Musikanten”.
Organiseren
De muzikale Engelbertinck kent ook nog een
andere kant, namelijk die van organisator. En ook die kwaliteit
schrijft hij toe aan de genen van zijn vader. Engelbertinck
senior werkte bij een textielfabriek maar zag al vrij snel
in dat de vooruitzichten daar geen onbezorgde toekomst konden
bieden. Hij mengde zich in de service van een plaatselijk
hotel, buiten zijn fabrieksuren werkte hij hier als kelner,
hetgeen uiteindelijk resulteerde in een eigen café.
Zijn organisatietalent kwam hem hier goed van pas en Herman
nam het organisatietalent van zijn vader over. In zijn beginjaren
bij de Marinierskapel haalde Herman het landelijk geroemde
orkest naar de Plechelmusbasiliek in Oldenzaal, gevolgd door
optredens in het nabijgelegen Deurningen. Het organiseren
zat hem in het bloed en toen hij was toegetreden tot het gerenommeerde
Ernst Mosch ensemble slaagde hij er in dit orkest naar Enschede
te halen. Zelfs de datum staat Herman nog in het geheugen
gegrift: 5 april 1975. Het betekende voor de wereldberoemde,
internationale musici een nieuwe dimensie, want spelen in
de, met alle respect, kleinschalige Diekmanhal is iets anders
dan musiceren voor een vijfduizend koppig publiek, zoals ze
gewend waren. In Enschede werd het Engelbertinck wel duidelijk
dat het opzetten van een dergelijke megaklus in een plaatselijke
sporthal meer vraagt dan een avondje afspraken maken. Er ontstonden
bijvoorbeeld problemen met de brandweer en ook de levering
van de benodigde stoelen gaf problemen. “Toen heb ik
tegen mezelf gezegd: Herman, dit kan anders”. Engelbertinck
sloeg aan het ontwerpen en wist met een plaatselijke fabrikant
eigen stoelen te fabriceren die voldeden aan de eisen van
comfort en efficiency. Daarna volgden al snel meerdere ontwerpen,
zoals bijvoorbeeld een podiumwagen, en met succes. Ook landelijk
trokken de ideeën van Engelbertinck de aandacht en meer
en meer bepaalde ook de organisatorische kant van concerten
een deel van de dagtaak van Herman. Een van de hoogtepunten
daarbij vormde het eerste concert van Lee Towers in de Doelen
waarbij Engelbertinck de randvoorwaarden voor zijn rekening
nam. Dat succes continueerde hij bij de nog immer geroemde
megamanifestaties van Lee Towers in Ahoy.
Infrastructuur
“Als mij iets niet zint dan doe ik het zelf”.
Het lijkt een simpele constatering maar bij Engelbertinck
betekent het gewoon dat het goed geregeld wordt. Podia op
luchtkussens, perfect geluid, uitstekend uitgebalanceerd licht,
alles wat een concert tot een perfect geheel kan maken wordt
door Engelbertinck tot in de puntjes verzorgd. En de gehele
organisatie en infrastructuur heeft de bevlogen musicus ondergebracht
in zijn bedrijf QPO (Qua Patet Orbis
- ‘waar ook ter wereld’) verhuur. En zijn meest
bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar het geluid, omdat
dit onderdeel van een evenement van cruciaal belang is. Zonder
valse bescheidenheid durft Engelbertinck te stellen dat hij
het beste geluid met de beste geluidstechnici kan leveren.
Het motto “U vraagt, wij draaien” is meer dan
van toepassing op Herman Engelbertinck. Daar waar hij eerder
zijn kwaliteiten ook internationaal aanbood, beweegt Engelbertinck
zich nu meer op de binnenlandse markt. Hij is in staat om
bijvoorbeeld de Veluwehal in Barneveld of de Rijnhal in Arnhem
om te bouwen tot een volwaardige concertzaal met alle benodigde
faciliteiten zodat sterren als Henk Poort en Cor Bakker hier
graag komen en terugkomen. Het is dan ook niet zo verwonderlijk
dat de KNFM bij het eerste Grand Gala graag gebruik maakt
van de professionaliteit van Herman Engelbertinck. “De
KNMF was voor haar Grand Gala op zoek naar iemand die kan
zorgen voor een podium, voor licht, voor geluid en alle andere
benodigde faciliteiten. Ja en dan kom je al gauw bij mij terecht”.
Niet zo verwonderlijk, omdat Engelbertinck zowel voor als
achter de schermen het klappen van de zweep kent. De opdracht
aan Herman luidde ongeveer als volgt: je krijgt achttien verenigingen
tot je beschikking en maak er een mooie show van. Nadat Engelbertinck
zich op de hoogte heeft gesteld van de mogelijke inhoud van
de dag gaat hij aan het werk. Hij neemt de locatie in ogenschouw,
maakt een lichtplan, bedenkt de trapsgewijze opbouw van het
podium en zet het draaiboek op papier. Ook de aankleding krijgt
uiteraard de nodige aandacht en er wordt ruimte gereserveerd
voor exposanten. Eigenlijk zorgt Herman Engelbertinck voor
de totale infrastructuur die een dergelijk mega-evenement
vraagt. Tot in detail wordt het draaiboek geformuleerd, mede
aan de hand van de partituren, en op papier gezet. “Duidelijk,
helder en meer niet”, dat is de filosofie van Engelbertinck,
die ook in zijn omgangstaal zijn Twentse afkomst niet verloochent.
“En daar ben ik trots op”. Want als James Last
en René Froger het eens zijn over de kwaliteiten van
Herman Engelbertinck dan zullen de toehoorders in Eindhoven
dat zeker zijn. Maar ook voor de optredende groepen is alles
tot in de puntjes verzorgd.
Voor meer informatie over het Grand Gala kunt U terecht
op de website van de KNFM (www.knfm.nl)
of telefoonnummer 026 445 11 46.
© Music
& Show, Knfm
naar boven
|
|
 |
Klaverblad
7 juli 2004 |
Een
middagje Egerländermuziek
bij kasteel Ter Horst |
LOENEN - Ruim tweehonderd personen, waarvan
een aantal trouwe fans, genoten zondag op een unieke plek
bij het eeuwenoude Kasteel Ter Horst van een vrolijke middagje
Egerländermuziek. Herman Engelbertinck und seine Egerländer
Musikanten brachten voor de fans uit het hele land een fraai
programma. Herman kan altijd rekenen op de liefhebbers van
deze muziek die hem overal volgen waar hij met zijn orkest
optreedt. Ook in Loenen waren ze weer van de partij. Ze smulden
van de gezellige muziek op het voorplein van het kasteel. |
(foto Ronny te Wechel) |
| Hoewel dit jaar
het Muzikaal Drieluik in de kasteeltuin niet door kon gaan,
besloot de kapelmeester toch het jaarlijkse concert met zijn
orkest in Loenen te brengen. Op het middenplein voor de trappen
van het kasteel bouwde Engelbertinck eigenhandig een podium,
zodat het publiek tijdens het concert zicht bleef houden op
de voorzijde van het kasteel. De weergoden waren Herman en
zijn muzikanten goed gezind. Op een enkel spatje na bleef
het droog, zodat het hele programma kon worden afgewerkt.
De stemming zat er al spoedig in. Geert Sprick kondigde de
nummers aan. De zangpartijen namen Annelies Künz, Geert
Sprick en de kapelmeester voor hun rekening. Herman en Annelies
zongen samen Rosen sind wie du. Herman zong in het Achterhoeks
dialect over Marinus van de Plag, het cafeetje in Oldenzaal,
waar hij goede herinneringen aan heeft. Het was ook een ode
aan zijn ouders. Fraaie zang van Annelies en Geert viel te
beluisteren in het nummer Tangosouvernirs met een aantal evergreens.
De kapel bracht vervolgens een serie bekende nummers, zoals
de fans dat van hen gewend zijn. Ze kunnen er maar niet genoeg
van krijgen! De Anna Polka, Rosmarie, Der Hauptman von Köpenick,
Im Rosengarten van Sanssouci en Der Herzensbrecher werden
gespeeld en gezongen. Echter: ruimschoots voor het einde werd
al geroepen om Rosamunde. Voor de fans is het bekende Duitse
nummer het mooiste dat Herman kan spelen en het mag gewoon
niet ontbreken. Engelbertinck stelde zijn bezoek niet teleur
en bracht als slotnummer dit bekende lied. Hij oogstte hiermee
een daverend applaus. Het publiek toonde zich laaiend enthousiast
over het optreden van de kapel.
(tekst Martien Kobussen)
©Klaverblad
naar boven |
|
 |
De
Stentor
24 juni 2004 |
Egerländer
topmuziek
Wereldberoemd in het Oosten
|
Het
orkest bestaat uit louter topmusici, Herman Engelbertinck
zwaait de scepter en samen vormen ze de schatbewaarder van
de culturele erfenis van Ernst Mosch, de godfather van de
Egerländer muziek. Blaasmuziek in optima forma die zondag
4 juli zal klinken in een openluchtconcert in de tuin van
kasteel ter Horst in Loenen. Wollen wir noch eine schöne
Polka spielen?
door Henk Waninge |
 |
| De grens ligt
ergens bij Hoevelaken. Daar waar in de vroege middeleeuwen
de Saksen van de Franken werden gescheiden en nu volgens de
Randstad de provincie begint. Een denkbeeldig, ragdun lijntje
weliswaar, maar het bestaat wel degelijk. De waterscheiding
openbaart zich in taal en cultuur. Neem alleen al de kennis
en appreciatie van Egerländer-muziek.
De-wat-voor-muziek?
'Precies, zo reageren veel mensen in het westen van het land.
Die meesten weten van toeten noch blazen tot ze een keer een
concert van ons hebben bijgewoond. Begrijpen echt niet waar
je het over hebt en komen niet verder dan dijenkletsen en
Tiroler-hoedjes. Nou, ik ben geen Bonifatius en ik ga
niet naar het westen om tekst en uitleg te geven. En al helemaal
niet naar Hilversum waar cultuurbarbaren dagelijks de ether
vervuilen met allerlei rotzooi.'
Priemende, felle ogen, luid volume, breedsprakig, gedecideerd
- om Herman Engelbertinck kun je niet heen. Een geboren leiderstype,
een man met duidelijke opvattingen. Hij doorspekt zijn Nederlands
af en toe met Duitse zinnetjes. 'Duits is ook de voertaal
als we repeteren en musiceren. Daar kun je je toch veel beter
in uitdrukken. Moet je het volgende eens in het Nederlands
vertalen; daar blijft niets van over:
'Drei Tage war der Vati krank,
jetzt sauft er wieder
gottseidank.'
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten,
een orkest met louter topmuzikanten, zijn wereldberoemd in
Oost-Nederland. Altijd volle zalen, duizenden mensen aan lange
tafels bij steevast uitverkochte concerten. Waarom hier wel
en daar niet?
'Voor een deel laat zich dat verklaren door invloed van de
Duitse tv. Toen we nog geen dertig zenders hadden konden de
mensen in het oosten wel de ARD en het ZDF ontvangen en daarop
worden sinds jaar en dag grote muziekshows uitgezonden,' zegt
de in Barneveld woonachtige Engelbertinck, wiens naam tot
menig komisch misverstand heeft geleid. Ben u de echte Engelbert
Humperdinck?
OORSPRONG
Ondanks de veronderstelde bekendheid in deze contreien
zullen hele volksstammen glazig, niet-begrijpend kijken als
de naam Egerländer valt. Daarom wil Engelbertinck - de
c in zijn achternaam heeft Lee Towers voor hem bedacht, stond
chiquer - het verhaal nog wel eens uit de doeken doen.
'Eigenlijk begint dat met de vraag "Wollen wir noch eine
schöne polka spielen?". Die werd na de oorlog uitsproken
door trombonist Ernst Mosch, de man die deze muziek populair
heeft gemaakt, tegen enkele mede-gevluchte Sudeten-Duiters.
Dat was het begin van het roemruchte orkest Ernst Mosch und
seine Original Egerländer Musikanten. De naam verwijst
naar de Eger, een rivier die in Tsjechïe stroomt, in
het gebied van de Sudeten-Duitsers.'
Wat de viool voor de zigeuner, de gitaar voor de Spanjaard
en kaas voor Holland is, is het blaasinstrument voor de Tsjech.
'Trombone, flügelhorn, bariton, trompet, naast moedermelk
krijgen ze het koper met de paplepel ingegoten. Mosch was
een grote. Als bandleider/musicus stel ik hem op een lijn
met Count Basie, Glenn Miller en James Last. Zijn sound, timing
en muzikale opvatting met geniale vertragingen en versnellingen
zijn onovertroffen.'
In meer dan veertig jaar heeft Mosch zijn stempel op de blaasmuziek
gedrukt met 29 gouden, platina en diamanten platen. Hij verkocht
meer dan 42 miljoen platen en cd's en trad in de hele wereld
op. 'De Herbert von Karajan van de volksmuziek' werd hij wel
eens schertsend genoemd.
MOSCH
De wegen van Mosch en Engelbertinck kruisten elkaar in '71,
toen eerstgenoemde een Edison in ontvangst nam. De geboren
en getogen Oldenzaler was in die tijd trombonist van de Marinierskapel.
Engelbertinck gaf Mosch na de ontmoeting op het gala een elpee
mee, waarop hij op een van de nummers een solo speelt. Mosch
('alle Holländer sind gute Musikanten') was onder de
indruk en nodigde hem uit in zijn orkest te komen spelen.
Engelbertinck hoefde niet lang na te denken, de Marinierskapel
kon op zoek naar een nieuwe trombonist.
Met Mosch gaf hij duizenden concerten over de hele wereld.
('Overal word je met alle egards ontvangen, behalve in Nederland').
Het einde aan de 26-jarige samenwerking kwam in '97 toen hij
zijn eigen orkest oprichtte. Twee jaar later overleed Mosch,
in de wetenschap dat zijn culturele erfenis
in goede handen was, temeer daar een deel van zijn muzikanten
naar Der Herman was overgestapt.
WEEMOED
'Der Hauptmann von Köpenick', 'Gerne denk ich an die
schönen Jahre', 'Egerland, Heimatland', 'Der Wind singt
dir ein Liebeslied', 'Donaudampfschiffahrtgesellschaftskapitän',
de titels geven een indicatie
vanuit welke hoek de muzikale wind waait. Onder de Egerländer-vlag
vallen diverse (dans)stijlen; polka's, tango's, walsen en
marsen, waarbij in veel nummers een weemoedig verlangen doorklinkt.
'Denk nu niet dat het eenvoudige hoempapa-muziek is. Een goed
ontwikkeld ritmisch gevoel en een juiste timing zijn een must.
Bij Egerländer muziek moet je precies op de tel spelen.
En dat met 22 man tegelijk. De meeste muzikanten kunnen dat
niet.
Ook voor sommige beroeps, van het Concertgebouworkest en de
Berliner Philharmoniker, is dat een grote opgave.'
Engelbertinck laat zich dan ook omringen door de beste musici,
afkomstig van het Metropole Orkest, Het Gelders Orkest en
de Marinierskapel. Hoe goed ook, er is maar een kapitein op
het schip. Hij deelt de lakens en zet de lijnen uit. Is er
dan nooit iemand die met hem in discussie gaat? Engelbertinck
lacht fijntjes: 'Het komt maar zelden voor dat iemand een
beter idee heeft.'
En wie niet voor honderd procent gemotiveerd is, klaagt over
teveel optredens, zich niet aan de gemaakte afspraken houdt
of te laat komt kan ook zijn biezen pakken. Of om met Engelbertinck
te spreken: 'Die donder ik het
orkest uit.'
Concert Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten:
zondag 4 juli, 14.00 uur, kasteel Ter Horst, Hoofdweg in Loenen.
Info: www.egerlandermusikanten.nl of 0342-478983 ticketlijn.
© De
Stentor
naar boven |
|
 |
De Telegraaf
27 mei 2004 |
Egerländer
Muzikanten musiceren tegen stroom in: |
Onbekend,
maar niet
onbemind...
door
HERMAN DE HAAN
Ongekend populair en toch nog zo onbekend. Dat lijkt het paradoxale
lot van Herman Engelbertinck en zijn Egerländer Muzikanten.
Het blaasorkest van Engelbertinck is in Oost-Nederland een
begrip als het gaat om Duitse Volksmuziek. Maar waarom is
de rest van Nederland nog niet door de Egerländer Muzikanten
veroverd?
|
|
Volgens Engelbertinck
komt het omdat we in Nederland vooral Engels georiënteerd
zijn. Maar in grotere mate omdat 'Hilversum' stelselmatig
weigert volksmuziek te draaien. “Ze lachen ons gewoon
uit als we hen benaderen. De gedachte dat ze op de radio onze
muziek draaien, hebben we dan ook maar opgegeven." Verder
schrijft Engelbertinck het stagneren van 'opmars' ook toe
aan het duistere oorlogsverleden van onze oosterburen. Geheel
onterecht volgens de dirigent. “De volksmuziek die wij
maken is helemaal niet militaristisch van aard en vindt bovendien
zijn oorsprong in Tsjechië."
Desalniettemin is Engelbertinck vastbesloten zijn muziek onder
een breder publiek te brengen. "Onze concerten in Oost-Nederland
zijn bijna altijd uitverkocht. Dit komt mede dankzij de professionele
settings van onze optredens. Licht, geluid en decors, we hebben
alles goed geregeld om zo professioneel mogelijk over te komen.
We merken duidelijk dat het werkt. Steeds meer jongeren zoeken
onze concertzalen op. Daar hebben we Hilversum niet meer bij
nodig", zo verzekert de orkestleider. Voor mensen die
nog niet bekend zijn met de 'Egerländer Muziek' omschrijft
Engelbertinck zijn klanken als iets ‘unieks’ voor
mensen van 8 tot 88 jaar. “Onze sound komt nog het dichtst
bij muzikanten als Glenn Miller en James Last. ”De Egerländer
volksmuziek kent inmiddels een rijke geschiedenis. Al in 1956
richtte geestelijk vader van de Egerländer muziek, Ernst
Mosch, een blaasorkest op. Herman Engelbertinck sloot zich
in 1978 als baritonnist aan bij de formatie. Toen Mosch zeven
jaar geleden ernstig ziek werd en later overleed besloot Engelbertinck
onder zijn eigen naam het roer over te nemen.
Sinds de oprichting in 1956 tot nu hebben de Egerländers
al ruim 40 miljoen platen verkocht.
Herman Engelbertinck en zijn Egerländer Muzikanten
zijn dit hele jaar nog zes keer te zien. Op 30 mei (lnternationaal
Blaaskapellenfestival) en 4 juli treedt het orkest op in respectievelijk
Beringe en Loenen. Voor meer concertinformatie surf naar www.egerlandermusikanten.nl
of bel naar 0541-515 818.
©De
Telegraaf
naar boven
|
|
 |
De
Gelderlander Arnhemse Courant
25 november 2003 |
|
| Orkestleider
Herman Engelbertinck inspecteerde gisterochtend de Rijnhal,
de plek waar hij morgenavond een concert geeft. "Contacten
met journalisten moet ik niet zelf regelen; ik heb meestal meteen
ruzie met ze." |
In
de voetsporen van de fenomenale Mosch
De beste muzikanten van Nederland willen in zijn orkest
spelen. Geluk, noemt Herman Engelbertinck dat. Morgenavond
geeft hij een concert in de Arnhemse Rijnhal. Met dank aan
Ernst Mosch.
Door MARTIN HERMENS ARNHEM
Arnhem • Hij heeft
een zwaar weekeinde achter de rug: zaterdag zijn moeder
begraven, zondag alweer op de planken. “Dat was moeilijk
en heel emotioneel”, zegt Herman Engelbertinck (58).
“We speelden een paar van haar favoriete liedjes.
Niet eerder heb ik zoveel huilende mensen in de zaal gehad.”
Morgenavond, in de Arnhemse Rijnhal, is het weer business
as usual. “Het leven gaat door”, zegt hij. “Mijn
moeder is 88 jaar geworden; ze was mijn grootste fan. Vlak
voordat ze stierf, zei ze me nog dat de concerten gewoon
door moesten gaan. Tja, gelijk heeft ze.”
Waar het de zaken aangaat, heeft Engelbertinck alles in
eigen hand. Podium, decor, licht en geluid - hij sleept
het allemaal zelf mee. Een kwestie van zien dat anderen
bet niet goed doen. Maar ook: een voortdurende drang om
alles perfect voor elkaar te hebben. “Ik hoef niemand
iets te vragen. Als de zaal leeg is, kom ik met mijn circus.”
Hij is veeleisend. Terecht, want zonder een stevige discipline
kan een orkest niet naar behoren presteren. Geleerd van
zijn grote voorbeeld Ernst Mosch, met wie hij 26 jaar over
de wereld reisde. “Ik heb heel veel van die man geleerd.
Muziek is emotie en Mosch kon dat als geen ander overbrengen.
Hij is de meest fenomenale bandleider die ik ooit gekend
heb. Ik heb 26 jaar lang mijn ogen en oren goed opengehouden
en hem alles kunnen vragen wat ik wilde vragen.”
De kleine Herman ontdekte zijn liefde voor de muziek toen
Circus Toni Boltini in zijn woonplaats Oldenzaal speelde.
“Er zat een trompettist in de orkestbak die O
mein Papa speelde. Dat vond ik zo mooi; dat wilde ik
ook. Mijn vader, die in die tijd een heel goede muzikant
was, heeft ervoor gezorgd dat ik een goede leraar kreeg.”
Het conservatorium volgde. En daarna de Marinierskapel.
Dat orkest speelde toen Ernst Mosch een Edison, de hoogste
muziekonderscheiding in ons land, kreeg uitgereikt. Dat
was in 1971. “Hij hoorde plaatopnames waarop ik meespeelde
en vroeg of ik dat ook bij hem wilde doen. Drie jaar later
kwam de vraag of ik met zijn orkest op tournee wilde.”
In die tijd begon hij ook met de opbouw van zijn eigen circus.
Hij maakte zijn eigen podium van 250 vierkante meter groot
dat hij samen met zijn vriendin Daniëlle in twee uur
tijd opbouwt. „Ik heb ook een trap ontworpen die altijd
past aan een podium. Die trappen zijn vaak een probleem.
Ik heb er vanuit de praktijk een oplossing voor gevonden.
Engelbertinck doet veel zelf. Veel, maar niet alles. “Contacten
met journalisten moet ik niet zelf regelen. De meesten vragen
waarom ik die hoempapa-muziek maak. Dan hebben ze meteen
ruzie met me. Die lui zijn niet op de hoogte van de blaasmuziek.”
Hij snapt het wel, al die onbezonnen vragen. “De Nederlandse
muziekcultuur wordt gedomineerd door bet Engelstalige repertoire.
Wat er over de grens in Duitsland gebeurt, weet bijna niemand.
Volksmuziek over de Heimat en de liefde, dat begrijpen ze
in het westen van Nederland niet. Heel jammer.”
Sinds 1997 toert hij met zijn eigen Egerländer Musikanten.
“Mosch hield ermee op; ik wil dat die muziek blijft
voortbestaan.” Hij kan rekenen op de beste muzikanten
van Nederland. “Of ze nou van bet Concertgebouw Orkest
of bet Metropole Orkest komen - ze bellen mij om te vragen
of ze mogen spelen. Dat is een luxe.”
Hoe dat zo komt? “Ik ben fanatiek, kan me in deze
muziek uitleven. Dat is een mengsel van de stijl van Mosch
en iets van mijzelf. Ik ben geen gemakkelijke dirigent.
Als er één muzikant in het orkest zit die
niet de interesse toont die ik verwacht, donder ik hem eruit."
“Gelukkig heb ik allemaal goede muzikanten. En die
trekken weer goede muzikanten aan. Het voordeel is dat ze
spelen voor de muziek, niet voor het geld. Maar ik verzorg
ze wel op en top. Dat is heel belangrijk.”
©De
Gelderlander Arnhemse Courant
Naar boven
|
|
 |
De Twentse Courant Tubantia
24 november 2003 |
Concert
Engelbertinck eerbetoon aan zijn moeder
Oldenzaal - Stadstheather
De Bond, zondagmiddag. Concert door Herman Engelbertinck und
seine Egerländer Musikanten.
Kapelmeester Herman Engelbertinck gaf aan het einde van bet
concert zelf toe dat het geen gemakkelijk concert was geweest,
vanwege het, overlijden van zijn moeder. Het concert was aan
haar, een trouwe fan van haar zoon en zijn orkest, opgedragen.
Nu is Egerländer de muziek van de liederen over de liefde
en het (verloren) vaderland en die thema's stonden.
De rest van de middag centraal. Stadstheater De Bond bleek
te klein. Er waren ruim honderd losse stoelen aan de voorkant
bijgeplaatst en nog was dit niet genoeg om aan alle belangstelling
te kunnen voldoen. Volgens presentator, zanger en bügelspeler
Geert Sprick hadden de Musikanten zelden een concert gegeven
waar de eerste rij zo dichtbij zat dat de zangers ze moeiteloos
een hand konden geven.
De mensen die het gelukt was een kaart te bemachtigen kregen
waar voor hun geld: het concert kende twee pauzes en duurde
a1les bij elkaar meer dan drie uur. Alle bandleden zijn professionele
musici: aan hen was de inspanning niet af te horen. Om vijf
uur klonk de band nog even fris als om twee uur. Uitblinker
van bet concert was zonder twijfel de Duitse drummer Holger
Müller. Behalve dat hij alle marsen, polka's en walsen
van het gepaste ritme voorzag, speelde hij een ongelooflijke
solo. Hij begon op de kleine trom, stond al trommelend op
om via standaards en trommelranden verder te trommelen op
de voorkant van de base en ging daarna net zo makkelijk weer
terug. Zijn drumstel bestaat slechts uit een hi-hat, snare,
base drum en hangende bekken, maar daarmee kan de man toveren.
De jarenlange ervaring van Engelbertinck bij de band van Ernst
Mosch is ook aan de klank van zijn eigen band af te horen.
Het zacht koper met bügels, flügelhoorns en baritons
is bepalend voor het gezamenlijk geluid. Het trompetgeluid
stak daarbij wel iets te scherp af.
Als toegift zong Herman Engelbertinck nogmaals de Egerlander
melodie met de Twentse tekst `Marinus van de Plag', dat het
cafeetje van zijn ouders als onderwerp heeft. Het leek wel
een clublied. Vanwege de CD uit 2001, waar dit lied ook op
voorkomt, kende een groot gedeelte van het publiek de tekst
en zong mee. Voor de mensen die Herman Engelbertinck und seine
Egerlander Musikanten ook of nog eens willen meemaken: dat
kan deze week nog want de in de krant van donderdag half-aangekondigde
bus naar Arnhem voor bet concert van komende woensdag rijdt
wel.
Ellen Kruithof
© Twentsche
Courant/Tubantia
Naar boven
|
|
Oost
Gelder Vizier, Zondagkrant Arnhem
19 november 2003 |
| Het beste
blaasorkest sinds Ernst Mosch |
 |
(door Berry
Keijser) ARNHEM
– Herman Engelbertinck heeft volgens kenners het beste
blaasorkest sinds Ernst Mosch. Dat is geen wonder, want de geboren
en getogen Twentenaar uit Oldenzaal heeft maar liefst 26 jaar
lang meegespeeld in het wereldberoemde orkest van Ernst Mosch
und seine Original Egerländer Musikanten.
Woensdag 26 november staat Engelbertinck met zijn eigen orkest
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten in
de Rijnhal in Arnhem.
Wegens doorslaand succes al voor de zesde keer.
Zoals de naam van het orkest al doet vermoeden is Herman
Engelbertinck de orkestleider en niet Ernst Mosch, want de grondlegger
en koning van de Egerländer blaasmuziek is in 1999 helaas
overleden.
Er zal de nodige kwaliteit geboden worden tijdens het concert,
want Herman Engelbertinck heeft sinds 1997 een orkest uit topmusici
weten samen te stellen van maar liefst 22 man plus twee zangeressen
(Annelies Künz en Marleen Tiggeloven).
Dit dan in de originele Egerländer bezetting van Ernst
Mosch.
Zo heeft hij de beste slagwerker in dit repertoire weten te
strikken, namelijk Holger Müller en de speciale gast Vlado
Kumpan, als de ‘Tsjechische Trompetenkönig’.
Kumpan zal schitterende trompetsolo’s ten gehore brengen.
Ook de rest van het orkest staat garant voor kwaliteit, want
de spelers komen uit orkesten als de Marinierskapel, Ernst Mosch
en het Metropole Orkest.
Veel geleerd
,,Ik heb in al die 26 jaren dat ik bariton heb gespeeld in
het orkest van Ernst Mosch veel van hem geleerd. Onder andere
de specifieke klankkleur en typische sound van de Egerländermuziek.
Ik durf dan ook gerust te beweren dat mijn orkest van absolute
topkwaliteit is. We spelen op een niveau in de traditie van
Ernst Mosch. Misschien klinken we zelfs nog beter’’,
vertelt Herman Engelbertinck zelfverzekerd.
De rasechte Egerländer-liefhebbers weten, dat de oorsprong
van deze muziek uit Tsjechië stamt.
Daar aan de rivier de Eger woonde Ernst Mosch die zijn orkestnaam
en blaasmuziek aan de naam Eger verbond. De wereldberoemde
titel Rauschende Birken leeft bij velen voort tot op de dag
van vandaag. Maar ook roem vervaagd en jarenlang werd de Egerländermuziek
naar het achterkamertje verbannen.
Maar het tij lijkt nu ten gunste te keren.
,,We zien aan ons publiek dat de belangstelling voor de blaasmuziek
weer toeneemt. Ook bezoeken steeds meer jongeren onze concerten’’,
verhaalt Engelbertinck niet zonder trots. ,,Er zit nu publiek
tussen de veertig en achtentachtig jaar. Dat laatste weet
ik zeker, want die oudste bezoekster is mijn moeder.’’
Dat Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten
alleen over topartiesten beschikt is een luxe-probleem. Musici
staan in de rij om in het orkest te mogen spelen. ,,Bij ons
spelen alleen de beste krachten die met overtuiging achter
de Egerländermuziek staan. Iedereen bij ons speelt met
hart en overtuiging en niet om de hypotheek af te kunnen lossen.’’
Met trots laat Engelbertinck dan ook weten dat zijn orkest
‘das gewisse Etwas’ heeft dat veel andere blaasgroepen
missen. Maar behalve goede muziek wil het oog ook wat. Engelbertinck
vindt, dat je het publiek ook iets meer moet voorschotelen
dan alleen de muziek. De Rijnhal zal daarom voor het concert
omgetoverd worden tot een mooi theater. En spectaculaire acts
zijn Engelbertinck ook niet vreemd. Die kunst verstaat hij
als eigenaar van een professioneel podiumbedrijf ook. Maar
het beste is om gewoon zelf een kijkje te gaan nemen in de
Rijnhal.
© Zondagskrant
Arnhem
Naar boven
|
|
De
Telegraaf Twente Vandaag
18 november 2003 |
‘Egerländer
muziek is Heimatmusik’
OLDENZAAL
- Herman Engelbertinck treedt zondag met ‘seine Egerländer
Musikanten’ op in Stadstheater De Bond in zijn geboortestad
Oldenzaal. De dirigent en zijn professionele blaasorkest vullen
de avond met Egerländer muziek. Wat voor muziek? Als
waardig opvolger van grondlegger Ernst Mosch, die ooit vanuit
Tsjechië zijn landsmuziek meenam bij zijn vlucht naar
Duitsland, is zijn antwoord kort: ‘Egerländer muziek
is Heimatmusik’ |
| Engelbertinck kan het
niet vaak genoeg benadrukken; ‘Egerländer muziek
is geen hoempapamuziek. De oorspronkelijke polka's, walsen en
marsen zijn in de handen van muzikant en dirigent Ernst Mosch
en zijn orkest, bewerkt tot toegankelijke muziekstukken.' Deze
succesvolle gearrangeerde volksmuziek groeide uit tot een duidelijk
herkenbare muziekstijl. Het bewijs hiervoor is het bestaan van
honderden amateur en professionele Egerländer blaaskapellen
in Nederland. ‘We zijn hooggekwalificeerde musici die
een goed verzorgd concert verzorgen. 'De vijfentwintig blazers
en slagwerkers zijn de trots van Engelbertinck. |
|
| Dirigent
Herman Engelbertinck treedt aanstaande zondag samen met `seine
Egerländer Musikanten' op in zijn geboorteplaats Oldenzaal |
De musici zijn afkomstig van
het Metropole Orkest en Marinierskapel. Zelf speelde Engelbertinck
ooit ook in de Nederlandse stafkapel van de marine. ‘Wij
hanteren ook een strenge selectie, want het publiek heeft
recht op een goed concert.’ Maar wat is nou zijn geheim?
‘Liefde voor muziek en timing. De Egerländer Musikanten
spelen uit liefde en net als in de jazzmuziek staat of valt
blaasmuziek met de timing. Met muzikaliteit en techniek kom
je een heel eind, maar bet belangrijkste is de feeling voor
timing.’ Engelbertinck houdt zijn blaasorkest en vermogen
strikt gescheiden, maar zijn goedbelegde boterham heeft hij
wel degelijk aan de Egerländer muziek te danken. Uit
de eerste tournees die hij voor Ernst Mosch organiseerde,
stammen zijn speciale koppelbare stoelen en de eerste rijdende
podiumwagen van Nederland. ‘Voor het eerste concert
in de Diekmanhal in 1975 eiste de Enschedese brandweer gekoppelde
stoelen in plaats van de klapstoelen die ik al had geregeld.
Ook om in de toekomst van de problemen af te zijn, ontwikkelde
ik zelf een stoelensysteem. Hetzelfde deed de ‘uitvinder’
met het podium. Zijn rijdende podium werd gebruikt voor concerten
van James Last en andere grote namen. De Oldenzaler heeft
graag de touwtjes in eigen handen. ‘lk sta niet graag
voor onverwachte verrassingen. Dat geldt niet alleen op muzikaal
maar ook op technisch gebied’
©De
Telegraaf
naar boven
|
|
Ruud's
Music Magazine
november/december 2003 |
Herman
Engelbertinck
und seine Egerländer Musikanten
26 november a.s. schitterend concert in de Rijnhal
te Arnhem
Jarenlang reisde hij over de hele wereld, als
lid van ’s werelds beroemdste blaasorkest:
‘Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten’.
26 november a.s. staat hij met zijn orkest in de Rijnhal.
Herman heeft uit topmusici van o.a. de Marinierskapel, Ernst
Mosch en het Metropole Orkest zijn eigen orkest gevormd, waarmee
hij het publiek trakteert op onvergetelijke Egerländermuziek
van een ongeëvenaard niveau. Of zoals Herman het zelf
verwoordt:
het beste blaasorkest sinds Ernst Mosch.
Wie Herman kent weet dat een interview met hem altijd goed
is voor een interessant verhaal met links en rechts ferme
uitspraken. Zo ook dit keer. Herman Engelbertinck is als zijn
muziek: één brok emotie en gevoel. Een beetje
theatraal, maar dat heeft ook zijn charme.
Het concert in de Rijnhal op 26 november a.s. kan ik u alleen
maar van harte aanbevelen. |
Kunt u enkele namen noemen
van muzikanten die op 26 november a.s. deel uitmaken van uw
orkest? “Eigenlijk zou ik ze allemaal
moeten noemen, om niemand te kort te doen. maar hierbij dan
toch een paar in willekeurige volgorde: Vlado Kumpan, trompet
solist Holger Müller, de beste slagwerker op Egerländer
gebied die ik ooit ben tegengekomen, en een geweldige collega.
|
|
Geert Sprick, 1ste flügelhornist,
tevens presentator en zanger, Jan Wessels, arrangeur van o.a.
WDR- big-band en Metropole orkest, Jan Hollander, trompettist
Metropole orkest, Bertus van Aalst, bassist marinierskapel en
uiteraard Danielle Elsinghorst, mijn allerliefste, tevens arrangeur
van niet in druk verschenen stukken”. Het
concert in de Rijnhal is inmiddels traditie geworden. Voor de
hoeveelste keer wordt het concert nu georganiseerd?
“Voor de 6e keer met mijn eigen orkest: "Herman Engelbertinck
und seine Egerländer Musikanten". |
 |
Hoeveel zitplaatsen zijn er in de
Rijnhal? Wat maakt de Rijnhal zo geschikt om dit concert te
verzorgen? “De Rijnhal is voor mij
zo geschikt omdat ik daar alles kan bouwen wat ik in mijn gedachten
heb. Ik kan er met mijn vrachtwagens en heftruck inrijden. Ik
heb de ruimte om al mijn ideëen te verwezenlijken. Dat
zijn in de afgelopen jaren o.a. al geweest: zeven meter hoge
fonteinen, slagwerkers die de lucht in gaan en ook nog draaien,
een rijdend podium, liften in het podium, een solotrompettist
die de zaal inschuift en omhoog gaat, hefplateaus met danseressen,
vuurwerk….. |
| Het is iedere keer weer een muzikale
show voor oog en oor! Ook deze keer heb ik weer iets spectaculairs
bedacht, dat blijft echter nog een verrassing. De Rijnhal wordt
omgetoverd tot een mooi theater, dat zullen de mensen die vorig
jaar te gast zijn geweest zeker beamen. Ik pas de zaalgrootte
aan aan het aantal te verwachten bezoekers. Op die manier is
de beschikbare ruimte altijd benut. Een andere reden is dat
ik met het personeel van de Rijnhal zeer goed overweg kan. Door
onze jarenlange samenwerking (ik bouw al meer dan 25 jaar podia
voor de meeste evenementen aldaar) heb ik met de medewerkers
goede contacten opgebouwd om samen tot een fantastisch resultaat
te komen. Dan heb ik het niet alleen over de zaalaankleding,
maar ook over o.a. de catering en de kaartvoorverkoop”. |
De laatste 10 jaar is naast de Egerländermuziek
ook de Moravische
muziek enorm populair geworden in Nederland. Hoe ervaart uzelf
dit genre? “Moravische muziek heeft
niet mijn voorkeur. Ik ben er niet mee opgevoed, maar ik heb
wel respect voor de zeer goede, voornamelijk Tsjechische muzikanten
die deze stijl ten uitvoer brengen. Toch zei mijn vader vroeger
al: 1x een salto mortale is fantastisch, maar na 10x is het
niet meer zo spectaculair. |
 |
Vlado Kumpan is mijn trompetsolist
van de avond op 26 november a.s.. Hij speelt een aantal solostukken
die ik heb uitgekozen. Daar zitten dus geen Moravische werken
bij, terwijl Vlado met zijn eigen orkest dit genre fantastisch
beheerst. Toch heb ik ervoor gekozen alleen hem uit te nodigen
en niet zijn hele orkest. Ik denk ook niet dat mijn publiek
daar op zit te wachten. We zijn één van de weinige
orkesten in Nederland die enkel en alleen pure Egerländer
blaasmuziek spelen. Dat onderscheidt ons ook van de rest. We
doen liever één ding goed dan twee dingen half!”
Nederlandse blaaskapellen hebben te kampen met vergrijzing.
Wordt er volgens u over 20 jaar nog Egerländermuziek gespeeld?
“Ik denk van wel, ik hoop ook nog over 100 jaar! De vergrijzing
hebben de meeste kapellen toch aan zich zelf te danken. Als
het een goeie gezellige club is, waarom zouden jonge mensen
daar geen lid van willen zijn? Ik heb er namelijk helemaal geen
last van. De enige die helemaal grijs is in mijn orkest ben
ik zelf!
Het is een wisselwerking tussen orkest en publiek. Als de bezoekers
het mooi vinden hebben de muzikanten het ook naar de zin. Je
zit er voor het publiek, dat mag je nooit uit het oog verliezen.
Mijn doelstelling is om Egerländermuziek te spelen met
muzikanten die met hart en ziel, overtuiging en karakter achter
deze muziek staan. Zo niet, ga vooral spelen bij een ander orkest,
ik heb nog honderd anderen op mijn lijstje staan. Mijn muzikanten
spelen niet voor het geld maar omdat ze het leuk vinden om deze
muziek o.l.v. deze dirigent met deze collega's in deze ambiance
te spelen. Het gaat om de combinatie. Valt er één
van de vier weg dan werkt het niet. Goeie muzikanten trekken
elkaar aan. Het is al zo ver dat ik word gebeld door prima beroepsmuzikanten
of zij misschien een keer mogen meespelen. Ik heb dus een geweldig
luxeprobleem! Als een dirigent er alleen maar voor staat om
bijvoorbeeld de hypotheek van zijn tweede huis in Frankrijk
te kunnen betalen wordt het bij voorbaat niks. Ik heb ook nooit
méér dan één orkest kunnen leiden.
Daar leg ik mijn hele ziel en zaligheid in, dat kan ik niet
verdelen over twee orkesten. Dan komen ze dus allebei 50 % tekort”.
|
 |
Zijn er plannen om ooit met uw orkest
een CD te maken? “In de rijnhal wordt
op 26 november voor de derde maal een live CD opgenomen. Dit
bevalt me tot nu toe het beste. Ik speel zoals ik speel, zo
komt het ook op de CD, en zo weten de mensen dat dit puur natuur
is. In de studio is er geen wisselwerking tussen orkest en publiek.
Tijdens een concert valt er bij mij natuurlijk ook wel eens
een nootje onder de tafel, maar de kracht en het enthousiasme
van een live opname met publiek krijg je in een studio nooit”. |
Welke andere Egerländerorkesten
vindt u de moeite waard om naar te luisteren?
“Als je me vraagt naar Duitse beroepsorkesten als Michael
Klosterman of Bernd Wolf durf ik, zonder mezelf op de borst
te kloppen, te beweren dat ik die "in Grund und Boden spiel"!
Diegenen die het tegendeel willen bewijzen moeten eerst naar
een concert in de Rijnhal komen luisteren en kijken om dit te
kunnen beoordelen. Ik vind het jammer dat de organisatoren van
Nederlandse festivals altijd denken: wat je van ver haalt is
lekker. Ik heb niet voor niets 26 jaar bij Ernst Mosch u.s.
Original Egerländer Musikanten gespeeld. Daar heb ik natuurlijk
muzikaal gezien heel veel van geleerd. Als er met een sectie
wat doorgenomen werd, dan ging ik niet naar de bar, maar bleef
erbij om te kijken en luisteren hoe en wat hij deed. Daardoor
was ik natuurlijk iedereen 2 straatlengtes voor. Maar alleen
met muzikaliteit ben je er niet. Het oog wil ook wat. Dat heb
ik geleerd bij o.a. James Last en Leen Huizer (Lee Towers) waar
ik vroeger bij de concerten in Ahoy betrokken was. Daar heb
ik destijds al rollende podia gemaakt en Anita Meyer met een
lift uit het podium laten komen. Leen deed ook alle specials
maar éénmaal: een peperduur watergordijn voor
30 seconden, en langer niet. Je moet je publiek in verbazing
achterlaten, zodat ze denken: hier wil ik volgend jaar weer
naartoe, wat mag ik dan voor nieuws verwachten? U
speelt zelf bariton. Welke betekenis heeft dit instrument voor
u? “Dat boek heb ik uit, dat is voor
mij geen uitdaging meer. Ik speel nu bas, wat ik met veel plezier
doe, dat is weer een nieuwe uitdaging. Ook ben ik begonnen met
stringbas. Ik wil blijven leren. Tevens ben ik dit jaar begonnen
met privé directielessen van majoor. G. Buitenhuis b.d.,
om te weten hoe je een groot harmonie-orkest moet leiden. Twee
verschillende werelden. Je bent nooit te oud om te leren!” |
Wat is, voor u, het mooiste nummer dat Mosch ooit
geschreven heeft? “Der Böhmische
Wind is één van mijn favorieten. Ernst Mosch zei
altijd: “Dit nummer moet op mijn begrafenis gespeeld worden”.
Toen werd er een beetje lacherig over gedaan. Maar bij zijn
begrafenis hebben we het dus wél gespeeld, en dit heeft
zeer veel indruk op mij gemaakt. Der Böhmische Wind, er
wird noch wehen, wenn wir längst nicht mehr sind...(over
100 jaar?)”.
|
 |
Kunt u een paar titels
noemen die we de 26e november kunnen verwachten?
“Astronautenmarsch, Zum Städtl hinaus en een aantal
nummers die niemand heeft en nooit in druk zijn verschenen.
Daniëlle heeft ze overgeschreven van de plaat. Trompetsolo's
door Vlado Kumpan, der Lieblingstrommler door Holger Müller
en bijvoorbeeld een aantal Marsch-tango's” Als
u nu dertig jaar jonger zou zijn, zou u dan met een Egerländerorkest
rond de wereld willen touren? Is dat überhaupt financieel
gezien nog mogelijk? “Ik wil nu nog
steeds op tournee, daarvoor hoef ik geen 30 jaar jonger te zijn.
Geld speelt geen rol. Het publiek is altijd razend enthousiast,
het is alleen de kunst om ze er de eerste keer naartoe te krijgen.
Zijn ze eenmaal geweest dan blijven ze komen. Naamsbekendheid
is zeer belangrijk. We beschikken nu over een adressen- en e-mailbestand
van ± 800 mensen. Deze worden gratis en voor niets op
de hoogte gehouden van onze concerten. We kennen geen donateurs.
Mensen die op onze concerten komen zijn voor ons al donateur
omdat ze een kaartje gekocht hebben. U kunt zich kosteloos laten
informeren door uw e-mail door te geven via info@egerlandermusikanten.nl,
of een belletje te plegen met onze manager Gé ten Bokum,
tel: 0541-515818. Hij is nu bezig een theatertour in Nederland
te organiseren. Alle theaters vanaf 500 zitplaatsen zijn aangeschreven
met een prachtig info boekje. Oldenzaal en Almelo hebben ons
een half jaar geleden al gecontracteerd. Op 23 november spelen
we in stadstheater "De Bond" in Oldenzaal en op 28
maart 2004 in "Theaterhotel" Almelo. We lopen mee
in de theaterprogrammering en staan dus vermeld in het jaaroverzicht.
Mijn orkest past zeker in deze ‘ambiances’, omdat
we op deze manier ons luisterpubliek in zulke mooie zalen kunnen
laten genieten van een heerlijke zondagmiddag uit”. |
Als u Mosch nog een keer zou kunnen ontmoeten,
wat zou u hem dan vragen? “Ik ben
in de gelukkige omstandigheid geweest Ernst Mosch 26 jaar persoonlijk
gekend te hebben. Alles wat ik hem had willen vragen heb ik
gedaan”. U staat bekend als een levensgenieter.
Is dit op de een of andere wijze te herkennen tijdens het concert
op 26 november? |
 |
“Ik ben in zoverre een levensgenieter
dat niet alles bij mij om geld draait. Ik wil graag zelf de
touwtjes in handen houden. zo is het bij mij vroeger ook begonnen.
ik ging op tournee met Mosch en vroeg aan hem: zullen we een
concert in Nederland organiseren? Dat vond hij prima. Dat was
op 5 april 1975 in de Diekmanhal in Enschede. De brandweer eiste
toen al gekoppelde stoelen. Ik had klapstoeltjes voor 50 cent
gehuurd; die kon ik niet koppelen. Halsoverkop moest ik toen
andere stoelen huren voor fl 1,- per stuk. Dat moet ik de volgende
keer niet weer hebben, dacht ik. Ik heb toen zelf een stoel
ontwikkeld, een pakketje van 50 cm dat je uit elkaar kon trekken,
dan had je 10 stoelen aan elkaar! Hier heb ik een patent op
gekregen. Het volgende probleem was een podium; toen ik weer
een concert met Ernst Mosch organiseerde kreeg ik een podium
van steigerplanken waar het cement nog aan zat. Als Ernst Mosch
een sprong nam, vloog bij mij de lessenaar in de lucht. Dat
moet ook anders kunnen, dacht ik. Ook had ik een vervoersprobleem
met de stoelen. Daarom maakte ik de eerste rijdende podiumwagen
van Nederland, klapte hem uit, haalde de 3000 stoelen eruit,
ging er 's avonds zelf op zitten spelen en van iedere bezoeker
die ik aankeek had ik fl. 40,- in de zak zitten. Dat waren nog
eens tijden! Ik had de stoelen en de podiumwagen alleen berekend
op een x-aantal concerten met Ernst Mosch, maar er kwamen steeds
meer hallen en organisatoren die het ook wilden huren. Zo ben
ik van lieverlee steeds groter geworden. James Last moest toen
200 m2 hebben, in heel Nederland niet te krijgen! Ik heb toen
weer een nieuw systeem ontwikkeld dat ik nu nog steeds gebruik.
Onderhand heb ik ±1000 m2 podium, ook met overkappingen
voor buitenevenementen.
Zo is het bij mij ook gegaan met het geluid. Ik huurde steeds
in van een ander. Het was of te laat, of niet compleet, of ik
had een geluidsman die dacht dat er alleen bassen met snaren
bestonden. Vaak is een geluidsman alleen techneut en geen muzikant.
Hij weet niet wat bij de Egerländermuziek de melodie-instrumenten
zijn, kent het verschil niet tussen grote trom en Flügelhorn
en zet meestal tijdens een zangnummer de microfoon te laat open.
Zo ging het bij mij tenminste altijd. Of er zit een muzikant
zonder technisch inzicht achter de knoppen. Als je om een beetje
meer zang op de monitor vraagt krijg je als antwoord dat dat
niet kan (dat hij dat niet kan, weet ik nu). Een mooie galm
blijkt een foute badkamer en de grote trom dreunt door de hele
zaal.
Dus wat doe ik? Ik koop een eigen geluidsinstallatie en volg
zelf een cursus geluidstechniek bij de beste die ik daarvoor
kan vinden. Ik wil zelf weten hoe mijn tafel functioneert en
hoe ik hem moet bedienen. Ik verzorg nu het geluid bij diverse
blaasorkesten. Ik ken alle stukken uit mijn hoofd, ik kan partituur
lezen en heb mijn mengtafel onder de knie, en ik vind het ook
nog leuk om te doen. Vraag mij niet voor een popband, daar ben
ik niet geschikt voor.
Licht en trussen inhuren is misschien goedkoper dan zelf kopen,
maar het ophalen en wegbrengen en de ergernis die je daarmee
hebt zijn bij mij niet in geld uit te drukken. Dus ook in eigen
beheer, evenals decoratie, doeken en planten”. Wat
is uw belangrijkste tip voor amateurorkesten die op een goede
manier de muziek van Mosch willen spelen?
“Tip 1: kom naar de Rijnhal. Tip 2: nodig mij eens uit
voor een repetitie of workshop. In den lande worden wel eens
Egerländer Workshops gehouden. Het verbaast mij dat de
gastdocenten overal vandaan komen, maar degene die gewoon in
Nederland woont en 26 jaar bij Ernst Mosch heeft gespeeld is
nog nooit gebeld! Mensen vragen mij vaak waarom ik zo chagrijnig
kijk. Dat ben ik helemaal niet, integendeel, maar ik ben nu
eenmaal geboren met die gezichtsuitdrukking. Ik bijt niet, ik
ben een gewoon mens, en je kunt ontzettend met me lachen. Ik
kan een hele avond vullen met smakelijke anekdotes. Ik zou wel
drie boeken kunnen schrijven! (en zal dat waarschijnlijk binnenkort
ook doen) bij ieder orkest dat ik hoor denk ik: dit zou ik in
één repetitie 40 tot 50% beter kunnen maken. Een
repetitie is voor mij niet 20 nummers doorspelen. ik kan een
hele avond over één stuk doen. als ze dat goed
kunnen spelen, kunnen ze alles spelen. Het is een gevoel dat
je niet in noten op papier kunt zetten”.
|
|
U moet kiezen: een heerlijke, zeldzame fles
wijn of een nog niet
eerder ontdekte plaatopname van Ernst Mosch. Wat is uw keuze?
“Ik hou niet zo van wijn, maar wel van een goeie whisky.
Een niet eerder ontdekte opname moet van de vijftiger of
zestiger jaren zijn, anders doe mij maar een fles whisky.
Bij de andere opnames was ik er namelijk zelf bij………..”
© Ruud's
Music Magazine
naar boven
|
|
 |
De
Twentse Courant Tubantia
20 november 2003 |
De
‘c’ in zijn achternaam heeft Lee Towers voor
hem bedacht. Vond-ie chiquer staan.
Dat is zo’n beetje het enige wat Herman Engelbertinck
niet zelf uitvond.
De oud-Oldenzaler houdt de muziek van de in 1999 overleden
Ernst Mosch levend. Hij is daarbij volkomen onafhankelijk
van anderen. Concerthallen richt hij zelf in. Stoelen,
podium, licht, geluid, reclameborden, hij neemt het allemaal
zelf mee. Alsmede ‘seine Egerländer Musikanten’
natuurlijk.
|
|
|
| Echte
Egerländer met louter topmuzikanten |
| door Ton Ouwehand
Er zijn in deze wereld maar een paar mensen die echt een
stempel op de muziek hebben gezet. Herman Engelbertinck (58)
noemt ze in een adem: Count Basie, Glenn Miller, James Last
en Ernst Mosch.
En om de muziek van de in 1999 overleden Mosch levend te houden
heeft de oud-Oldenzaler een eigen orkest tot zijn beschikking:
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.
Een kapel met louter topmuzikanten. Beroepsmensen. Spelers
uit het Metropole Orkest, uit de Marinierskapel. Een orkest
met klinkende namen als Jan Wessels, Geert Sprick, Jan Hollander.
‘Ik heb van tevoren gezegd, het gaat me niet om geld.
Het gaat mij erom om dat deze muziek gespeeld blijft worden.
Met mensen die feeling voor die Egerländer muziek hebben.
Ik wil goede muziek maken met goede mensen.’
Engelbertinck begon zijn orkest in 1997. Het jaar dat Ernst
Mosch zich om gezondheidsredenen genoodzaakt zag te stoppen
met zijn razendpopulaire orkest. Zesentwintig jaar had Engelbertinck
bij Mosch gespeeld, op trombone en later op bariton. Hij weet
nog precies hoe hij in 1971 bij Mosch terechtkwam. ‘Ernst
Mosch kwam naar Nederland omdat hij een Edison kreeg. Ik was
toen trombonist in de Marinierskapel. We speelden op dat gala.
Wij moesten een intrada spelen, een soort aankondiging voor
de wereldberoemdheid. Na afloop werden we voorgesteld aan
Mosch.
Hij zei was enthousiast over ons. Hij vond dat ‘alle
Holländer gute Musikanten’ waren. Wij hadden met
de Marinierskapel net een elpee opgenomen met de Dutch Swing
College Band. Daar speelde ik ook een solootje op. Ik heb
hem die plaat toen meegegeven. Schijnbaar heeft hij hem afgeluisterd,
want hij vroeg niet veel later of ik bij hem in het orkest
wilde komen. Daar was ik zeer vereerd mee.’ In 1971
ging het nog om plaatopnamen. Dat kon Engelbertinck nog wel
naast zijn werk bij de Marinierskapel doen. Maar drie jaar
later vroeg Mosch of hij ook de tournees mee wilde doen. Het
moment waarop de Marinierskapel een nieuwe trombonist kon
zoeken. ‘Het orkest van Ernst Mosch was op dat moment
voor mij het hoogst haalbare, ik hoefde geen moment te twijfelen.’
Duizenden concerten gaf Engelbertinck met Mosch over de hele
wereld. Hij is op 120 verschillende elpees met Mosch te horen.
‘Slordig eigenlijk, maar ik heb ze niet allemaal. Ik
zag het als werk. Nu het allemaal voorbij is, vind ik dat
wel jammer.
Maar de familie doet er wel wat aan om die platen boven water
te krijgen. Mijn dochter gaat alle vlooienmarkten af om te
kijken of ze nog platen of rariteiten te pakken kan krijgen.
En inmiddels ben ik een heel eind op weg.’
Dat Herman Engelbertinck de muziek in zou gaan, wist hij al
vanaf zijn zevende jaar. Toen hij nog gewoon Engelbertink
heette, zonder die ‘c’. Zeven was hij toen circus
Toni Boltini in zijn geboorteplaats Oldenzaal neerstreek.
‘Ik zag daar een muzikale clown, die op een trompet
Oh mein Papa speelde. Daar werd ik door gegrepen. Ik wist
het gelijk zeker: dat wilde ik ook.’ Een jaar later
stond de kleine Herman al trompet te spelen in het café
van zijn vader.
‘Mijn vader was een bekende Oldenzaler. Hij had de bijnaam
Marinus van de Plag. Hij was sowieso de meest humoristische
kastelein die ik ooit ben tegengekomen.’ Zijn vader
speelde saxofoon en slagwerk bij de plaatselijke muziekvereniging
Semper Crescendo. De kleine Herman ging mee, met z’n
trompet. Op het Twents Conservatorium suggereerde zijn trompetdocent
Gerrit Kerkhoff om over te stappen naar de trombone. Hij kwam
bij Gerrit Boomsma, de trombonegoeroe van ons land. ‘Helaas
ook overleden,’ zegt Engelbertinck. ‘We hebben
nog wel met een hele stel oud- studenten een muzikale hommage
aan hem gebracht.’
|
|
Herman Engelbertinck is behalve
muzikant ook uitvinder. Hij is lid van de Novu, de Nederlandse
orde van uitvinders. ‘Als me iets niet zint, maak ik
het zelf.’
En daarmee bedoelt hij niet zijn puur muzikale vindingen.
Niet de cultuur van carnavalsorkesten, die hij zegt in gang
te hebben gezet. Ook bedoelt hij er het spelen in stadions
niet mee. ‘Ik heb ooit met mijn trombone in het stadion
gespeeld bij wedstrijden van FC Twente. Dat was de tijd dat
Twente vrij veel bovenaan stond. Ik denk zo rond 1968. Muziek
in een stadion, Nederland stond op z’n kop. Ja, hoe
gaat dat? Twente scoort en dan speel je een stukje. De scheidsrechter
stond echt zo te kijken van: ben je al klaar, kan ik alweer
fluiten? De KNVB heeft erover vergaderd. Of dat wel mocht.’
Nee, als Engelbertinck het heeft over uitvinden, dan bedoelt
hij ook uitvinden. Vindingen waar patent op zit. Mijn podiumsysteem
hebben ze over de hele wereld nagebouwd. Ik heb een podium
ontwikkeld dat heel snel opgebouwd en afgebroken kan worden.
Je hebt er maar twee man voor nodig. Ik ben nu in de Rijnhal
bezig een podium van 250 vierkante meter te bouwen. In twee
uur is het klaar. Verder heb ik praattafels ontworpen, koppelingen
in stoelen. Zo’n systeem dat als je het uittrekt tien
stoelen aan elkaar hebt zitten. Ik heb multifunctionele trappen
gemaakt. Als een podium veertig cm hoog is of twee meter,
die trappen passen altijd. En alles is supereenvoudig op te
bouwen en af te breken. Ze zeggen wel eens dat je inventief
wordt als er problemen komen, dat geldt in elk geval voor
mij. Vraag me niet van wie ik het heb. Mijn vader kon ouwehoeren
als de beste, maar hij kon nog geen spijker in de muur slaan.
Ik heb wel die handigheid.’
Hij heeft zelfs een datum waarop een en ander in gang werd
gezet: 5 april 1975. ‘We speelden met Ernst Mosch over
de hele wereld voor volle zalen. Vier, vijfduizend man publiek
was heel gewoon. Maar we hadden nooit optredens in Nederland.
Regel het maar, riep Ernst toen ik vroeg waarom dat was.
Ja, dan ga je naar een grote hal en dan zeg je dat je een
concert wilt organiseren met Ernst Mosch. Eerst kijken ze
of ze water zien branden. Daarna ga je overleggen wat je dan
nodig hebt, een podium, drieduizend stoelen. Die dingen ga
je huren en dan ga je op een lijst afvinken wat je hebt geregeld.
Alles lijkt voor elkaar. En dan komen de problemen. In de
Diekmanhal in Enschede kreeg ik ineens te maken met de brandweer.
Er waren drieduizend kaarten verkocht. Maar drie dagen voor
het concert kwam de brandweer. De stoelen waren niet aan elkaar
geschakeld, als dat niet voor elkaar kwam, kregen we geen
toestemming voor het concert. En in Doetinchem bleek het podium
te bestaan uit losse steigerplanken. Kijk, dat soort dingen
gebeuren mij geen tweede keer. Ik ben die dingen zelf gaan
ontwikkelen. Je had toen de Rincofabriek nog in Oldenzaal.
Die maakten stoeltjes. Toen ik vroeg of ik daar iets mocht
uitproberen, kon ik op de ontwerpafdeling terecht. Zes weken
in die fabriek gestaan, toen
had ik het klaar. Er kwam een hoge baas langs die vroeg hoe
lang ik al bij Rinco werkte. Ik zei: ik werk hier niet, ik
maak een systeem. Ze vonden het een supersysteem. Ze hebben
er patent op aangevraagd, en dat heb ik aan ze gegeven in
ruil voor drieduizend stoelen.’
En zo heeft Herman Engelbertinck alles zelf in de hand. Als
hij met zijn Egerländer Musikanten optreedt, neemt hij
het podium mee, de stoelen, licht, geluid tot de schotjes
waarachter de ‘musikanten’ plaatsnemen, tot en
met de reclameborden. Alles geregeld op een manier zoals hij
dat wil.
Egerländer muziek kun je alleen maar spelen als je een
goed ontwikkeld ritmisch gevoel hebt, zegt Engelbertinck.
‘Bij de meeste muzikanten is het zwak. Je moet met 22
man een goede timing opbouwen. Waarom was de Count Basie Band
zo goed? Omdat de timing goed was. Timing moet in orde zijn,
anders dondert het orkest in elkaar. Specifiek aan Egerländermuziek
is dat je precies op de tel moet spelen. De meeste muzikanten
kunnen dat niet. Ze hebben allemaal de neiging om iets voor
de tel te spelen. Bij Egerländer kan dat niet. Het moet
vol op de tel. Dat is verdomd moeilijk. Veel beroepsjongens
kunnen dat ook niet. Ik heb het Concertgebouworkest ‘Stars
& Stripes’ horen spelen. Je kunt wel minachtend
zeggen dat het maar een mars is. Feit blijft dat je het fatsoenlijk
moet spelen. Dat was bij het Concertgebouworkest niet het
geval. Die hele mars donderde voorover, omdat ze timing niet
goed hadden.’
Die ‘c’ in zijn achternaam is een vinding van
Lee Towers. ‘Ik heb veel voor Leen gewerkt. Op een gegeven
moment zag ik mijn naam met ‘c’ gespeld op een
elpeehoes staan. Leen vond het chiquer staan. Ik heb het zo
gelaten. En toen ik later eens een stamboom onder ogen kreeg
van de familie zag ik dat er bij mijn voorvaderen ook een
Engelbertinck is geweest. Die ‘c’ is niet onterecht.’
© Twentsche
Courant/Tubantia
Naar boven |
|
| |
|